Project

Pilotstudie €ureyeopener Operationeel waterbeheer in deelgebied HHNK

Voor de pilot Anna Paulowna polder (hoogheemmraadschap Hollands Noorderkwartier) wordt een modelinstrumentarium ontwikkeld voor operationeel waterbeheer

De zoetwatervoorziening in de Nederlandse delta staat onder druk omdat het klimaat verandert en kapitaal intensievere landbouw en andere watergebruikers meer zekerheid willen over de levering van zoet water. De vraag is hoe de zoetwatervoorziening kan worden verbeterd en robuuster gemaakt.

In veel gebieden hebben de waterbeheerders nog geen goed overzicht hoe het complexe systeem van zoetwateraanvoer tijdens droge perioden functioneert. Dit komt omdat de zoet-zoutpatronen sterk van plaats tot plaats verschillen, inlaten vaak diffuus van aard zijn en niet worden bemeten en beregeningshoeveelheden niet wordt geregistreerd.  

Het model de €ureyeopener is ontwikkeld om inzichten te bieden in de effectiviteit van de huidige zoetwateraanvoer en effecten van maatregelen. Het model berekent de wateraanvoerbehoefte, zoutgehalten, gewasschades en de kosten en baten van maatregelen. Een prototype is ontwikkeld voor het beheersgebied van Rijnland. Dit gaf verassende inzichten in kosten-baten als andere normen voor maximum zoutgehalten in de polders worden gehanteerd. Vervolgens is een uitgebreider model  ontwikkeld voor de zuidwestelijke Delta met zijn kenmerkende eilanden en waarden. Dit model is o.a. ingezet voor beleidskeuze over het Volkerak-Zoommeer. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) ziet meerwaarde in zo’n model voor hun beheersgebied, omdat er geen alternatief model is dat hun vragen over de zoetwatervoorziening kan beantwoorden.  

Uit de resultaten komt naar voren dat voor de Anna Paulownapolder veel water wordt ingelaten om de zoutgehalten (erg) laag te houden. De uitgeslagen hoeveelheden water worden in de zomer daarom  voor een belangrijk deel door dit doorspoelwater bepaald. De routing lijkt daarbij ook niet efficient. In de modelopzet is het belangrijk om niet per zomerhalfjaar te berekenen (zoals het model voor Rijnland) maar op maandbasis. Het blijkt ook nodig om specifieke modelprofielen te ontwikkelen voor bloembollenteelt op kleiige percelen omdat die zijn opgehoogd met 1 meter (zee)zand.

Publicaties