Praktijkimplementatie kennis voereffecten op CH4 en NH3 melkvee

Project

Praktijkimplementatie kennis voereffecten op CH4 en NH3 melkvee

De integrale aanpak van methaan en ammoniak in de melkveehouderij, met als doel een geïmplementeerde toepassing van de beoogde reducties in 2030, betekent dat voor het rantsoen de gehele keten van maatregelen en werkwijzen om tot een rantsoen te komen (inkuilen, graslandbeheer, graswinning, kwaliteit, beweiding, bemesting, etc.) onderzocht worden. De effecten hiervan in de praktijk zullen worden getoetst op pilotbedrijven en worden gedemonstreerd op demobedrijven, zodat handelingsperspectief aan boeren kan worden gegeven.

Voor het onderdeel dier in de aanpak gaat het om nieuwe kennis over basisprocessen van de spijsvertering met betrekking tot microbioom, genetica (DNA), nurture en voersamenstelling, voerconversie en de excretie door melkvee van (ongeboren) kalf tot productieve melkkoe en de effecten op de methaan en ammoniakemissie. Deze nieuwe inzichten moeten de boer handelingsperspectief gaan geven in het diermanagement en de interactie met het voerspoor. Samen leiden het voer- en dierspoor tot integrale maatregelen die ook onderdeel zijn van toetsing op pilot- en demonstratie op demobedrijven. 

Kennisverspreiding naar boer, erfbetreders en monitoring van implementatie complementeren het geheel tot een samenhangend programma van kennisontwikkeling tot uiteindelijke implementatie op de bedrijven.

De onderzoeksprojecten in het kader van de integrale aanpak methaan en ammoniak hebben logischerwijs de focus op een deelaspect (rantsoen of dier) maar tussen de diverse projecten is een nauwe samenhang zodat de interactie naar integraliteit gewaarborgd is.

Het project Praktijkimplementatie van kennis over de spijsvertering van melkvee om via (voer) managementmaatregelen de methaan- en ammoniakemissie te reduceren richt zich op de interactie tussen dier en rantsoen van de integrale aanpak.

Publicaties