Project

Praktijkonderzoek industriële compostering

Er is al enkele jaren een discussie gaande tussen de bedrijven die huishoudelijk groente-, fruit- en tuinafval (GFT) verwerken, georganiseerd in de Vereniging Afvalbedrijven (VA), en de fabrikanten van composteerbare plastics, georganiseerd in Holland Bioplastics (HB) over de toelating van composteerbare (verpakkings)materialen in GFT. Daarbij komt naar voren dat het nog steeds onduidelijk is of composteerbare producten (d.w.z. gecertificeerd volgens de Europese norm EN 13432) snel genoeg afbreken bij de huidige manier waarop GFT wordt verwerkt in Nederland. Daarover bestaat twijfel omdat de GFT-afvalverwerking tegenwoordig gericht is op een hoge doorvoer van GFT en bijbehorende korte composteertijden (korte verblijftijd).

VA en HB hebben samen een onderzoeksvraag gedefinieerd om duidelijkheid te verkrijgen over deze kwestie en meegeholpen met de onderzoeksopzet. Wageningen Food & Biobased Research heeft het onderzoek in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) onafhankelijk uitgevoerd in de periode februari-oktober 2019.

De kern van het onderzoek is een praktijkproef op industriële schaal, waarbij is onderzocht wat er gebeurt met composteerbare verpakkingsproducten tijdens de GFT-afvalverwerking. De focus ligt op producten die voldoen aan de eisen voor composteerbare verpakkingen (volgens de norm EN 13432) en die bovendien een meerwaarde (‘co-benefit’) zouden kunnen bieden voor de GFT-afvalinzameling en verwerking. In het onderzoek werden negen verschillende composteerbare plastic producten van verschillende fabrikanten meegenomen, bestaande uit GFT-inzamelzakken, plantenpotten, theezakjes, koffiepads, koffiecapsules en fruitetiketten. Naast de praktijkproef is in detail gekeken naar de mate waarin GFT en compost tegenwoordig zijn verontreinigd met conventioneel niet-biologisch afbreekbaar plastic.

Publicaties