Project

Prevalentieonderzoek Brucella canis

Een totaal van 600 serummonsters van honden afkomstig uit Oost-Europese landen, Rusland en Oekraine zullen worden verzameld via dierenartsenpraktijken in Nederland. Van alle honden zullen gegevens omtrent herkomst, geslacht en leeftijd worden vastgelegd. In deze serummonsters zal worden vastgesteld of de dieren seropositief zijn voor de aanwezigheid van Brucella canis. Op basis van de resultaten kan vervolgens worden berekend wat de prevalentie is (de mate van voorkomen) van deze ziekte bij deze populatie honden. Dit geeft inzicht in de omvang van het risico dat deze groep dieren vertegenwoordigt voor de Brucella-status van Nederland.

Risico's

Volgens de standaarden van de OIE is Nederland vrij van brucellose sinds 1999. Dit geldt nog steeds voor zover het landbouwhuisdieren betreft, hoewel recente rapporten wijzen op aanwezigheid van Brucella spp. bij wilde dieren. In Nederlandse gezelschapsdieren zijn nooit Brucella spp. aangetroffen. Echter, in 2016 werd Brucella canis aangetroffen bij honden die uit Oost-Europa geïmporteerd waren (RIVM, 2017). Dit maakte de uitvoering van een risicobeoordeling noodzakelijk. In 2017 is een kwalitatieve risicobeoordeling uitgevoerd om het risico en de impact op de humane en dierlijke populatie vast te stellen. De impact op de dierlijke populatie werd laag tot gematigd ingeschat voor individuele honden en gematigd tot hoog voor honden in de fokkerij. Er werden verschillende kennishiaten geïdentificeerd die verdere kwantificering van de risico's en de potentiele impact in de weg stonden. Zo is bijvoorbeeld de prevalentie van B. canis bij honden die in Nederland worden geïmporteerd, onbekend.

Omvang en doel

Jaarlijks worden ongeveer 21.000 honden in Nederland geïmporteerd, waarvan ongeveer 50% afkomstig is uit (de regio van) Oost-Europese landen.

Het doel van de studie is om vast te stellen wat de seroprevalentie is van B. canis bij geïmporteerde honden uit (de regio van) Oost-Europese landen.

Publicaties