Project

Protocol Fosfaattoestand

In dit project wordt een protocol opgesteld waarmee de fosfaattoestand van de landbouwbodem kan worden bepaald. Met deze informatie kunnen de fosfaatgebruiksnormen worden gereguleerd in het kader van de Meststoffenwet.

Doelstelling

Stikstof- en fosfaatgebruiksnormen worden gehanteerd om de aanvoer van stikstof en fosfor in overeenstemming te brengen met de behoefte van de gewassen aan stikstof en fosfor. In Nederland, worden echter  verschillende protocollen gehanteerd om de fosfaattoestand van landbouwbodems te bepalen waarvan een aantal protocollen geen rekening houdt met het bufferend vermogen van de bodem. Het doel van dit project is om een gestandaardiseerde systematiek te bepalen voor het onderscheiden van verschillen in bufferend vermogen van de Nederlandse bodems die toepasbaar is voor gras- en bouwland, het kalibreren van die systematiek en het opstellen van een protocol voor de vastlegging van de fosfaattoestand van de bodem waarbij wel rekening gehouden wordt met het fosfaatbufferend vermogen van de bodem.

Beoogde resultaat

Het resultaat van dit project zal een protocol zijn waarmee de fosfaattoestand van de landbouwbodem kan worden vastgesteld en op basis waarvan fosfaatgebruiksnormen kunnen worden gereguleerd in het kader van de Meststoffenwet. Het project geeft ook uitsluitsel of bij de bepaling van de fosfaattoestand rekening gehouden moet worden met het bufferend vermogen van de bodem.

Werkwijze

De aanpak bestaat uit vijf stappen:
1) Consultatie van materiedeskundigen die moet resulteren in een overzicht van laboratoria die grondonderzoek op fosfaat uitvoeren.
2) Bemonstering en uitvoering van veldproeven op landbouwgronden die verschillen in fosfaat bufferend vermogen.
3) Bewerking en rapportage van onderzoeksgegevens van 2010 en 2011
4) Op basis van het resultaat van de bewerking worden gegevens van Nederlandse bodems geanalyseerd.
5) Bespreking van onderzoeksresultaten met klangbordgroepen bestaande uit materiedeskundigen van uitvoerende laboratoria voor grondonderzoek.

Resultaat

Rapportage volgt later in 2013