Project

Protocol meststoffenwet CDM

Afval- en reststoffen vallen onder bepalingen van de Wet milieubeheer. De Meststoffenwet verbiedt het gebruik van afval- en reststoffen als meststof, grondstof voor de productie van meststoffen en als covergistingsmateriaal resulterend in een digestaat die als meststof gebruikt dient te worden. Onder voorwaarden kunnen afval- en reststoffen wel onder deze drie gebruiksfuncties regulier toegepast worden. Daartoe dient een verzoek ingediend te worden bij Dienst Regelingen van het ministerie van Economische Zaken. Het verzoek wordt beoordeeld door een werkgroep die ressorteert onder de Commissie Deskundigen Meststoffenwet. Het oordeel volgt een protocol. Het oordeel wordt door het ministerie van EZ betrokken bij de beleidsbeslissing. De staatsecretaris beslist uiteindelijk over opname in bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Het protocol vraagt om aanpassing.

Doelstelling

Het doel van dit project is uitvoering te geven aan een aanpassing van het uit 2009 daterende Protocol Beoordeling Stoffen Meststoffenwet, versie 2.1, aan  te passen aan beleidskeuzen inzake de beoordeling van de milieubezwaarlijkheid van de toepassing van afval- en reststoffen als meststof of als grondstof voor de productie van meststoffen, het betrekken van de milieubezwaarlijkheid afgeleid uit het volume en toepassing van expertise in geval bodemnormen of informatie ontbreken en een herziening van de wettelijke termijn waarbinnen een verzoek is afgerond. Tevens dient de uitvoering aangepast te worden aan het nieuwe Protocol.

Aanpak

De volgende aspecten worden bij de herziening van het Protocol betrokken:
  1. Het beoordelingskader van contaminanten. Beleidskeuze van het ministerie I&M en het ministerie van EZ leidt tot een wijziging in de beoordelingssystematiek.
  2. Het volume van de stoffen, de traceerbaarheid van herkomst en de mogelijke bewerking van de stoffen tijdens hun life cycle. Het protocol wordt met dit onderdeel aangevuld en zal de richtlijnen voor toepassing geven.
  3. Bij afwezigheid van normen waaraan kan worden getoetst, wordt zo mogelijk een oordeel opgesteld op basis van de mogelijke toxiciteit en persistentie van de aanwezige stoffen, op basis van expert judgement van de structuurformules en eigenschappen van de stoffen. De hoofdlijn van aanpak wordt opgenomen in het Protocol.
  4. Bij afwezigheid van adequate analyses en dossiers, wordt zo mogelijk op basis van expert judgement tot een oordeel gekomen. Literatuurgegevens kunnen bij dit onderdeel worden betrokken.
  5. De wettelijke termijnen worden herzien.

Resultaten

Het resultaat is het Protocol Beoordeling Stoffen Meststoffenwet, versie 3.1. Protocol, versie 3.1. wordt als openbaar WOt-werkdocument gepubliceerd en is in gedrukte vorm en in digitale vorm beschikbaar voor derden.