Project

Provinciale sturing op verbinding natuur en economie

In 2016 is aan de provincies gevraagd welke kennisbehoefte zij hebben, waarbij in Noord-Brabant een uitvoeriger gesprek gehouden is. Duidelijk werd dat provincies in 2017 aan de slag willen met het verbinden van natuur en economie (Fontein et al. 2016). Ze zijn hier al langer mee bezig (zie ook PBL, 2017 en Kuindersma et al. 2015), maar het opstellen van de provinciale natuurvisies creëert hiervoor een belangrijke impuls. De provinciale aandacht voor het thema neemt ook toe, omdat het reguliere natuurbeleid, zoals organisatie van de PAS, Natuurnetwerk, nu min of meer op de rails staat. Er ontstaat dus ruimte bij de provincies om zich op andere themas te richten, waaronder natuur en economie.

Dit project wil naast het ontwikkelen van bouwstenen voor een analyse- en evaluatiekader voor natuur en economie ook provincies helpen om deze ambitie vorm te geven, dan wel in te vullen. Aangezien er geen uitgekristalliseerde beleidstheorie bestaat rondom dit onderwerp en het ook nog maar de vraag is of dit in de toekomst zal plaatsvinden is er een uitdaging hoe dit aan te pakken. De doelgroep is het PBL dat in de volgende Natuurpactevaluatie de provinciale sturing op het verbinden van natuur en economie wil evalueren. Deze evaluatie richt zich vooral op de provinciale sturing op natuurinclusief ondernemen en natuurcombinaties (gebiedsontwikkeling die voordelig uitpakt voor natuur).De provincies die activiteiten (willen) ontplooien ten aanzien van het verbinden van natuur en economie zijn zelf ook doelgroep. Hun kennisbehoefte bestaat vooralsnog vooral uit het willen leren over hoe zij natuur en economie meer kunnen verbinden.

Het doel van het project is om bouwstenen voor analyse en evaluatie van provinciale sturing op het verbinden van natuur en economie te ontwikkelen die ook betekenisvol zijn voor de provincies. Daarvoor is eerst inzicht nodig in de afbakening van het onderwerp via de ontwikkeling van perspectieven op provinciale sturing op het verbinden van natuur en economie, waarin bestuurskundige en economisch geografische inzichten een plaats krijgen. Bovendien is er inbedding in en verankering met de provinciale beleidspraktijk in een leergemeenschap vereist om de opgedane inzichten en kennis toe te kunnen passen in een lerende evaluatie. Op deze manier kan de provinciale praktijk ook al tussentijds inzichten opdoen en gebruiken.

De volgende hoofdvraag staat centraal:

Hoe kan provinciale sturing op het verbinden van natuur en economie op een voor provincies betekenisvolle wijze worden geanalyseerd en geƫvalueerd en hoe kan hiermee het leerproces bij deze provincies ondersteund worden?

Hiervoor worden de volgende deelvragen gehanteerd:

  1. Welke perspectieven kunnen worden geformuleerd over de verbindingen tussen natuur en economie?
  2. Welke perspectieven kunnen worden geformuleerd over provinciale sturing op het verbinden van natuur en economie?
  3. Welke betekenis krijgen voorbeelden van het sturen op het verbinden van natuur en economie als deze geanalyseerd worden met de perspectieven (zoals ontwikkeld onder 1 en 2)?
  4. Welke aanknopingspunten bieden de resultaten van de vragen 1, 2 en 3 voor provinciale sturing op het verbinden van natuur en economie?
  5. Hoe verhouden de resultaten van de vragen 1, 2 en 3 zich tot de leeropgaven die provincies zelf formuleren?

Het belangrijkste resultaat van het project is een set aan bouwstenen waarmee een analyse- en evaluatiekader voor de Evaluatie natuurpact ontwikkeld kan worden en dat betekenisvol is voor provincies wiens ontwikkeling in direct contact met de provinciale beleidspraktijk heeft plaatsgevonden. Daarmee kunnen de bouwstenen ook bijdragen aan de ontwikkeling van een beleidstheorie door provinciemedewerkers. De bouwstenen worden ontwikkeld aan de hand van de 2x3 theoretische perspectieven en uitgeprobeerd in case studies. De bouwblokken zijn in feite onderwerpen voor evaluatie (indicatoren) waarbij ook een duiding wordt gegeven van hoe dit te beoordelen; niet noodzakelijkerwijs in kwantitatieve termen. De bouwblokken zijn te gebruiken in de aankomende lerende evaluatie natuurpact en, daarmee samenhangend, ook voor het provinciale leerproces. Een tweede resultaat is dat in het project een leernetwerk wordt gevormd, als hier in de provinciale beleidspraktijk voldoende animo voor blijkt te zijn om actief in deel te nemen.

Publicaties