Project

Quickscan economische effecten windmolengebieden

In de afgelopen periode zijn de contouren duidelijk geworden van de mogelijke zoekgebieden voor de uitrol van wind op zee in de periode 2030-2050 (totaal 27 gigawatt). Deze extra uitrol heeft impact op de visserij (beschikbaarheid van visgronden, omvaren) en komt bovenop de al geplande windmolenparken uit de routekaart 2030 en de geplande natuurgebieden in het kader van N2000 en het Noordzee Akkoord. In verband met de discussie rond de keuze van de zoekgebieden zal in oktober 2020 een kentallen Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA) worden uitgevoerd naar de maatschappelijke kosten en baten van ontwikkeling van windmolenparken in de verschillende (combinaties van) zoekgebieden. Om inzicht te krijgen in de mogelijke effecten heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de vraag gesteld om door te rekenen wat de waarde is van deze gebieden voor de visserij en wat mogelijke (additionele) dalingen is aan inkomsten en (extra) kosten zijn voor visserij van de onttrekking van deze gebieden aan de visserij bovenop de effecten van de al geplande sluitingen. LNV heeft ook gevraagd een doorkijk te geven naar de gevolgen voor de betrokken visserijgemeenschappen. Een waardebepaling is geen effectberekening omdat het alleen iets zegt over de opbrengsten die in een bepaald gebied in een bepaalde periode gegenereerd zijn. Een waardebepaling helpt bij het komen tot de mogelijke richting van de economische effecten voor de visserij. Deskundigen met kennis over visserij en visserijgemeenschappen kunnen op basis van de waardebepaling proberen de effecten van de sluiting van een gebied in de toekomst zo goed mogelijk in te schatten.

Doel van het project is inzichtelijk te maken welke sociaaleconomische waarde de zoekgebieden voor wind op zee in de periode 2030-2050 voor de Nederlandse visserij vertegenwoordigen en welke directe en indirecte sociaaleconomische effecten mogelijke sluiting van deze gebieden voor de visserij en visserijgemeenschappen met zich meebrengt. Hierbij zal rekening worden gehouden met de overige gebiedssluitingen die al gepland staan.

Het project zal resulteren in een dataset met de economische waarde van de individuele zoekgebieden voor de visserij in de periode 2010-2019. Deze dataset kan mede als input dienen in de geplande kentallen-MKBA voor de windmolenparken als indicatie van het economisch verlies aan omzet in de visserijsector. Naast de totale waarde van de visserijactiviteiten in de gebieden in 2010-2019 zal ook een kwalitatieve analyse worden gemaakt van de afhankelijkheid van visserijen en vissersgemeenschappen van deze gebieden in de betreffende jaren. Naast de dataset zal het project resulteren in een onderzoeksrapport met een methodologische onderbouwing van deze gegevens, een kwalitatieve beschrijving van de mogelijke effecten van sluiting van deze gebieden voor de visserij en visserijgemeenschappen en een discussie van de resultaten inclusief hun onzekerheden en beperkingen als indicatie van de economische effecten van sluiting van deze gebieden. Deze onzekerheden en beperkingen zullen veel groter zijn dan in het rapport Wind op Zee uit februari 2019 (BO-43-023.03-009; Mol et al., 2019), onder andere doordat de vistuigen en vispatronen aan veranderingen onderhevig zijn en de effecten van (deels nog onduidelijke) aanstaande beperkingen (Brexit, Noordzeeakkoord), een mogelijke vlootsanering en klimaatverandering niet te voorspellen zijn, waardoor het verleden niet één op één door te vertalen is naar de toekomst.

Om de visserijsector gelegenheid te geven om kennis te nemen van de resultaten van de waardebepaling en mee te denken over de kwalitatieve beschrijving van de gevolgen voor de visserij per zoekgebied zijn VisNed en de Vissersbond benaderd. De vertegenwoordigers van deze visserijorganisaties hebben echter aangegeven dat zij hangende de besluitvorming over de follow up van het advies van de heer Joustra over hun deelname aan het Noordzeeakkoordoverleg niet deel willen nemen aan projecten die voortvloeien uit het Noordzeeakkoord.

Dit betekent dat we voor het vertalen van de gegevens van de dataset naar de toekomstige situatie moeten bouwen op andere deskundigen van de sector. Deze deskundigen vanLNV, RVO, WEcR en WMR worden voor twee bijeenkomsten uitgenodigd. In deze bijeenkomsten zal getracht worden om te komen tot een zo goed mogelijke kwalitatieve beschrijving van de gevolgen van de sluiting van gebieden voor de visserij.

Publicaties