Project

Retrospectieve monitoring CRE in gezelschapsdieren

Reeds enige jaren wordt er in Nederland onderzoek gedaan naar het voorkomen van Extended Spectrum ß-Lactamasen (ESBL) bij zowel mens als dier. De aanwezigheid van ESBLs leidt tot resistentie voor ß-lactam antibiotica tot 3e/4e generatie cefalosporinen. Daarnaast is momenteel ook veel aandacht voor carbapenemasen. Carbapenemasen zijn enzymen die ook de laatste generatie ß-lactam antibiotica (ertapenem, imipenem, meropenem) kunnen inactiveren. In Nederlandse gezondheidszorginstellingen hebben zich ook al enkele uitbraken voorgedaan met deze carbapenemase producerende Enterobacteriaceae (CPE) (o.a. Maasstad Ziekenhuis). CPs liggen over het algemeen op plasmiden, waardoor deze genen relatief gemakkelijk kunnen worden overgedragen tussen bacteriën. Dit kan zowel tussen bacteriën van dezelfde soort (bijvoorbeeld van E. coli naar E. coli), als tussen verschillende soorten (bijvoorbeeld van E. coli naar Klebsiella).

Momenteel vind er nog geen screening plaats van carbapenemase producerende Enterobactericeae (CPEs) in gezelschapsdieren in Nederland. In de Nederlandse humane populatie zijn herhaaldelijk CPEs aangetoond. In huishoudens met gezelschapsdieren vind over het algemeen intensief contact plaats met de dieren. Gezelschapsdieren zouden hierdoor een rol kunnen spelen in de mogelijke verspreiding van CPEs. De tot op heden beschreven stammen die CPE bevatten zijn meestal ook ESBL-positief. Bij het Veterinair Microbiologisch Diagnostisch Centrum (VMDC), onderdeel van de Faculteit Diergeneeskunde, worden sinds 2009 alle bacteriƫle isolaten die op basis van antibioticum gevoeligheidstesten worden aangemerkt als ESBL-verdacht opgeslagen voor vervolgonderzoek. Deze isolaten zijn afkomstig van klinische monsters, ingezonden voor diagnostiek door veterinaire klinieken verspreid over Nederland. Dit betreft hoofdzakelijk monsters van honden en katten. Alle beschikbare isolaten (momenteel ongeveer 350) zullen worden gescreend op de aanwezigheid van CPE.

Verdacht positieve isolaten worden moleculair gekarakteriseerd (gen/plasmide/bacterie), ter confirmatie naar het CVI gestuurd en gemeld aan EZ.

Publicaties