Project

Risico gewasbeschermings-middelen in mest

Buijs en Samwel-Manting (2019) hebben een rapport geschreven over de mogelijke relatie tussen pesticiden in mest en de afname van weidevogels. WUR en Ctgb hebben geconcludeerd dat het rapport methodologisch niet goed is onderbouwd om de relatie tussen pesticiden in mest en de afname van weidevogels aan te tonen. In dit project wordt een aantal aspecten uit het rapport nader uitgediept.

Nader onderzoek wenselijk

Aan de Tweede Kamer is gemeld dat zowel WUR als Ctgb aangeven dat het onderzoek van Buijs en Samwel-Manting (2019) wel een signaal afgeeft dat mogelijk nader onderzoek wenselijk is. De blootstelling aan bestrijdingsmiddelen via (kracht)voer en mest, en de negatieve effecten op voedsel van weidevogels (o.a. insecten en wormen) zou inderdaad een blinde vlek in onze noties voor ontwikkeling weidevogels kunnen zijn.

Signalerende betekenis

Het onderzoek heeft een belangrijke signalerende betekenis: bestrijdingsmiddelen verspreiden zich vanuit bedrijven, o.a. via aankoop krachtvoer en gebruik van vliegenverdelgers in de stal, niet alleen binnen gangbare maar ook binnen biologische bedrijven. Daarnaast komen diverse antiparasitaire diergeneesmiddelen in de mest terecht. Het rapport is echter van onvoldoende kwaliteit om aan te tonen dat gemeten concentraties stoffen een risico vormen voor mest- en bodemleven en om de geschetste causale relaties te onderbouwen. In dit project worden de gerapporteerde concentraties in het rapport aan risicogrenzen voor bodem- en mestorganismen getoetst ten einde de claim van risico's beter in kaart te brengen, wordt de mengseltoxiciteit van de door Buijs en Mantingh (2019) aangetroffen concentraties stoffen bepaald, en wordt een nadere analyse van de mogelijke bronnen en aanvoerroutes van de aangetroffen stoffen uitgevoerd.

Publicaties