Project

Roggenplaat suppletie

In de Oosterschelde is door de aanleg van de stormvloedkering sprake van zandhonger. Het getij is verminderd, waardoor het evenwicht tussen erosie en sedimentatie is verstoord. Bij rustig weer bouwt het intergetijdengebied zich niet meer voldoende op, terwijl er wel afbraak optreedt tijdens stormen. Hierdoor neemt het oppervlak van platen, slikken en schorren in de Oosterschelde af en wordt tevens de droogvalduur van het intergetijdengebied verkort. Dit heeft negatieve gevolgen voor de natuurlijke kwaliteit van het gebied.

De zandhonger in de Oosterschelde, dit is de continue erosie van intergetijdengebieden (slikken, platen), vormt een bedreiging voor het N2000 gebied Oosterschelde. Intergetijdengebieden verdwijnen langzaam waardoor kwalificerende soorten, met name steltlopers, op termijn niet langer in staat zijn het gebied als foerageergebied te gebruiken, en dientengevolge in aantallen zullen afnemen. Het hoofddoel van het project Roggenplaat suppletie is om het foerageer- en rustgebied in stand te houden voor de komende 25 jaar op de Roggenplaat. Hiervoor zal in 2018 een deel van de Roggenplaat gesuppleerd worden met zand. In het project Roggenplaat suppletie worden verschillende uitvoeringsvarianten ontworpen en monitoring opgestart naar de effecten van de zandsuppletie. Dit onderzoeksproject is onderdeel van de planfase. Het doel hiervan is om tot een ontwerp van de zandsuppletie te komen dat aan de voorwaarden voldoet en te starten met monitoring en experimenteel veldwerk. Deze fase zal ongeveer anderhalf jaar in beslag nemen (2015-2016). Het onderzoek wordt uitgevoerd door het CoE consortium, waarin naast IMARES, ook Hogeschool Zeeland (penvoerder), Deltares, NIOZ en Rijkswaterstaat vertegenwoordigd zijn.

 

Publicaties