Project

SV Effect van het frequent mixen van mest op de emissie van broeikasgassen uit de stal

Methaan wordt gevormd bij de anaerobe afbraak van organische stof in aanwezigheid van methanogene bacteriën. Dit proces vindt ook in de mestopslag plaats en draagt naar schatting voor ongeveer 25% bij aan de totale methaanemissie uit een melkveestal. De kelderemissie ligt daarbij in orde van grootte van 35-40kg CH4 per dierplaats per jaar. Het frequent mixen van mest kan deze processen beïnvloeden zeker als dat mixen met luchtbellen plaatsvindt. Doel van dit project is daarom het verkrijgen van betrouwbare reductiecijfers van de BKG- en ammoniakemissies van mestmengtechnieken in stallen voor melkvee.

Om het effect van (bellen)mixen eenduidig en betrouwbaar vast te kunnen stellen is het noodzakelijk om het onderzoek onder gecontroleerde omstandigheden uit te voeren. Dit is op Dairy Campus op praktijkschaal mogelijk. Daar zijn vier identieke, mest- en klimaatgescheiden afdelingen met elk 15 dierplaatsen beschikbaar waarin emissies kunnen worden vastgesteld. Centraal staat de case-control aanpak waarbij het behandelingseffect (mix-methode) wordt vergeleken met een referentie (niet mixen). Twee van de vier afdelingen zijn uitgerust met een bellenmix-systeem (een netwerk van tyleenslangen op de bodem van de kelder waarmee grote luchtbellen in de mest gebracht worden. De twee andere afdelingen zijn uitgevoerd met een elektrische mestmixer, waarmee de mestkelder in die afdelingen via het gebruikelijke rondpompen kan worden gemixt. Door behandelingen over de verschillende afdelingen te wisselen is onderscheid te maken tussen behandelingseffecten en afdelingseffecten. Daarvoor zijn verschillende ronden nodig. De duur van elke ronde wordt bepaald door de mestopslagcapaciteit van een afdeling die ongeveer 12 weken bedraagt. Het project voorziet in metingen verdeeld over het jaar, waarbij wordt voldaan aan de vereisten van het meetprotocol voor case-control emissiemetingen.

Publicaties