TU-16019 De weerbare plant

Project

TU-16019 De weerbare plant

Plantweerbaarheid is de kern van Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid. Maar op dit moment is plantweerbaarheid nauwelijks meetbaar. Alleen met langdurige biotoetsen kan het effect van middelen en maatregelen onderzocht worden. Daarom beoogt dit project het maken van RNA merkers voor het snel meten van plantweerbaarheid voor onderzoek en praktijk, en het in kaart brengen van middelen om te sturen op plantweerbaarheid.

Binnen dit project wordt gekeken naar middelen waarmee de teler tijdens de teelt of opkweek kan sturen op een weerbare plant (de zgn. geïnduceerde weerbaarheid). Dit project brengt de effectiviteit van deze middelen in kaart en richt zich op het maken van een screeningsplatform. Dit laatste is een biotoets (pathosysteem van een geschikte waardplant en een -ziekte/plaag) met bijbehorende merkers waarmee snel de effectiviteit van potentiele middelen kan worden getoetst op enerzijds priming (stand-by voor snelle response op aanval) en anderzijds sterkte van plantverdediging. Deze merkers kunnen ook in de praktijk zonder het screeningsplatform worden toegepast om te kunnen sturen op plantsterkte tegen ziekten en plagen.

Vormgeving onderzoek

Het onderzoek start met het ontwikkelen van een screenings platform voor tomaat en drie belangrijke ziekten en plagen in de tuinbouw, namelijk Wittevlieg, Phytophthora en Meeldauw. Er wordt vastgelegd hoe-, en op welk tijdstip het middel en de ziekte/plaag het beste kan worden toegediend.

Vervolgens worden er met het platform in een brede screen dertig middelen onderzocht op verhoogde plantweerbaarheid tegen de drie ziekten en plagen. Deze vertegenwoordigen vier typen middelen, namelijk:

  1. Middelen met een natuurlijke immunisatie
  2. Middelen die lijken op ziekten of plagen
  3. Niet-gerelateerde natuurlijke componenten
  4. Synthetische plant boodschappers (hormonen)

Vervolgens worden volledige RNA profielen gemaakt en op basis daarvan snelle plantmerkers ontwikkeld voor het modelgewas tomaat.

Resultaten

Het project levert niet alleen nieuwe praktische kennis op over de effectiviteit van (type) middelen, snelle merkers voor het meten van plantsterkte en de priming, maar ook fundamenteel wetenschappelijke kennis over nieuwe werkingsmechanisme en genen die een rol spelen, en mogelijke trade-offs tussen plantweerbaarheid en omgevingsstress zoals droogte of verhoogde instraling. Daarnaast levert het vooral praktische kennis en methoden op voor het sturen op sterke planten en het in kaart brengen van voorspelbaarheid en randvoorwaarde voor effectiviteit.

Dit pre-competitieve onderzoek wordt uitgevoerd door een uniek onderzoekconsortium van PRI Biointeracties, PRI Bioscience, Universiteit Utrecht en WUR Glastuinbouw. Het zeer grote consortium van 75 bedrijven is een representatieve dwarsdoorsnede uit de keten, namelijk bedrijven uit de veredeling, opkweek, teelt, toeleveranciers, onderzoek en advies. Hierdoor kunnen innovaties snel opgepakt worden.

Publicaties