zeug met biggen

Project

Toolbox management drachtige zeugen

Voor de zeugenhouderij geldt dat per 1 januari 2013 alle drachtige zeugen vanaf 4 dagen na het dekken in groepen gehouden moeten worden. Anno 2013 wordt geconstateerd dat het niet altijd lukt om groepshuisvesting vanaf 4 dagen na insemineren met succes toe te passen. Door het ministerie EZ en de sector is gevraagd om tools te ontwikkelen en aan te bieden aan ondernemers, waarmee ze de problemen ten aanzien van groepshuisvesting in de vroege dracht op kunnen lossen.

Doelstellingen project

De doelstelling van het project is om de problemen op zeugenbedrijven ten aanzien van groepshuisvesting in de vroege dracht op te lossen door (digitale) tools aan te reiken aan de ondernemer, zijn personeel en zijn erfbetreders. Deze tools worden in VarkensNET netwerken mede ontwikkeld door zeugenhouders, hun adviseurs en experts op het gebied van groepshuisvesting, dierenwelzijn, dierengezondheid en reproductieresultaten. De tools hebben betrekking op huisvestingsaspecten en managementaspecten. De netwerkmethodiek wordt toegepast om de zeugenhouders te helpen hun problemen met GHV vroege dracht op te lossen. Het doel is enerzijds de problemen op te lossen op een aantal bedrijven en anderzijds deze kennis te delen met andere probleembedrijven zodat zij hun problemen mogelijk ook op kunnen lossen.

Aanpak en tijdspad

Er worden in eerste instantie twee VarkensNet netwerken opgericht die als pilot dienen. Ėén netwerk wordt opgericht in Noord-Oost-Nederland en één in Zuid-Nederland. Elk netwerk bestaat uit minimaal 3 en maximaal 5 zeugenhouders die • groepshuisvesting in de vroege dracht toepassen of geprobeerd hebben en hierbij problemen ervaren ten aanzien reproductieresultaten en\of dierenwelzijn; • de betreffende problemen te verklaren zijn als gevolg van vroege dracht. Of dit altijd goed te onderbouwen is, is wel nog een vraag die gedurende het proces beantwoord zal moeten worden; • het type groepshuisvestingssysteem en bedrijfsomvang mogen verschillend zijn. Dit omdat de problemen vermoedelijk niet specifiek gelden voor een bepaald type huisvestingssysteem of voor een bepaalde bedrijfsomvang. Het netwerk wordt indien wenselijk aangevuld met één of twee bedrijfsadviseur vanuit elk bedrijf. Dit kan bijvoorbeeld de dierenarts of een mengvoervoorlichter zijn. Dit bepalen de ondernemers zelf. Deze pilotnetwerken dienen samen met experts (deskundigen op een bepaald terrein en varkenshouders die groepshuisvesting met succes toepassen) 1. opstellen van criteria die als richtlijn dienen om te kunnen beoordelen in welke mate een zeugenbedrijf inspanning verricht heeft om groepshuisvesting vanaf 4 dagen na dekken te realiseren. 2. de problemen op de praktijkbedrijven duidelijk te kwantificeren; 3. de maatregelen die reeds genomen zijn om de problemen te verhelpen in kaart te brengen en te bepalen wat de effectiviteit hiervan was; 4. een diagnose te stellen waardoor de problemen veroorzaakt worden; 5. een plan van aanpak (inclusief metingen t.b.v. effectbepalingen) op te stellen om de problemen te verhelpen. Het plan van aanpak is ook inclusief een kostenindicatie; 6. het plan van aanpak uitvoeren, mits de kosten geen belemmering zijn. Mochten de kosten wel een belemmering zijn dan vindt er overleg met de opdrachtgever plaats. 7. leemtes in kennis bij de ondernemers en erfbezoekers inventariseren en samen met hun bekijken hoe kennis het beste beschikbaar gemaakt kan worden zodat zij geen leemten in kennis hebben. ; 8. (digitale) tools ontwikkelen voor eventuele volgende netwerken die hierdoor sneller en efficiënter kunnen werken onder begeleiding van erfbetreders. De activiteiten 1-5 worden in 2013 uitgevoerd. Mogelijk dat in 2013 ook gestart wordt met activiteit 6. Via VarkensNET, nieuwsberichten op diverse websites en vakbladen worden oproepen geplaatst voor deelname aan deze netwerken (ik zou de NVV en LTO en ev. DAP’s ook een rol laten spelen om bedrijven te vinden). De bijeenkomsten worden begeleid door een ervaren netwerkbegeleider vanuit VarkensNET. Bij 3-5 aanmeldingen start het netwerk. Bij onvoldoende aanmeldingen wordt in overleg met de opdrachtgever bekeken in hoeverre dit project vervolgd dient te worden. Bij te veel aanmeldingen worden 5 ondernemers geselecteerd en de anderen op een wachtlijst geplaatst voor eventueel volgende netwerken. Medio december worden de resultaten vanuit beide netwerken toegelicht aan de stakeholders (bestaande stakeholdersgroep geltenopfok, Pro Dromi, ontspannen dracht en groepskramen). In dit overleg zullen de resultaten van de stappen 1-5 besproken. Na dit overleg en overleg met de staatssecretaris volgt een go-no-go beslissing voor 2014.

Resultaten (beoogd)

In 2014 worden onderstaande producten opgeleverd:

  • beschrijving van de behaalde resultaten op de praktijkbedrijven (is het probleem verholpen)
  • (digitale) toolbox inclusief soort handleiding voor het toepassen van de netwerkmethodiek t.a.v. problemen met groepshuisvesting in de vroege dracht
  • procesbeschrijving van beide netwerken (bijvoorbeeld via tijdlijnmethodiek)
  • beschrijving van de problematiek van de probleembedrijven