Project

Transitie opgaven NIL

Het ministerie van EZ heeft de ambitie om een transitie van de landbouw naar natuurinclusiviteit in gang te zetten. Dat gaat niet vanzelf, blijkt uit de bevindingen van het Copernicus instituut. De vraag is wat er moet gebeuren voor een dergelijke transitie en wat de rol van de overheid daarbij is.

In vervolg op de studie over de transitie naar natuurinclusieve landbouw door prof M Hekkert, wil LNV een aantal beelden laten uitwerken (visueel) van hoe natuurinclusieve landbouw eruit kan zien. Uitgangspunt daarbij is: verweven van natuur en landbouw waar mogelijk en scheiden waar nodig. D.w.z. voor grondgebonden bedrijven wordt ervan uitgegaan dat ze een positieve relatie met hun omgeving/natuur/biodiversiteit aangaan, en voor niet-grondgebonden bedrijven geldt dat de impact op hun omgeving tot 0 wordt gereduceerd.

Binnen dat kader moeten er beelden worden ontwikkelen op verschillende niveaus:

  1. Op bedrijfsniveau: hoe kan een natuurinclusief bedrijf eruitzien? Zowel grondgebonden als niet-grondgebonden. Uitgangspunten voor bedrijven zijn te halen uit de Kamerbrief NIL 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/07/10/kamerbrief-over-natuurinclusieve-landbouw.
  2. Op regionaal niveau: hoe kan natuurinclusief (incl verweven en scheiden) eruitzien in bepaalde regios? Voor enkele regios beelden uitwerken, bijvoorbeeld melkveehouderij in het noorden, akkerbouw in de polders of in Zeeland, veenweidegebied, brabant)
  3. Op landelijk niveau: natuurinclusieve landbouw i.r.t. Nationaal Natuurnetwerk, Natura 2000, steden etc.

Technologie is een belangrijk aspect in de beelden: wat betekent een ontwikkeling naar NIL voor de ontwikkelingen in technologie. LNV is letterlijk op zoek naar visualisaties daarom voorkeur voor samenwerking met ontwerpers en tevens met de verschillende onderzoeks-disciplines binnen WUR en met LB. Waar mogelijk ook relevante partijen in de samenleving betrekken bij het vormen van de beelden.

 

Publicaties