Veehouderijsystemen voor gezonde dieren en mensen

Project

Veehouderijsystemen voor gezonde dieren en mensen

Zijn veehouderijsystemen denkbaar, waarbij dieren kerngezond zijn en de risico’s voor de volksgezondheid tot aanvaardbare proporties zijn teruggebracht? Bij een duurzame veehouderij horen gezonde dieren en gezonde mensen. Maar ook milieu, landschap, economie en dierenwelzijn zijn onderdeel van een duurzaam ontwerp. In dit project wordt samen met stakeholders in interactieve ontwerpateliers gekeken naar de mogelijkheden. De varkenshouderij dient daarbij als leidende casus. In 2015 wordt gewerkt aan verankering van de kennis en ideeën in het veld.

Doelstelling

Duurzaamheidseisen zijn niet altijd gemakkelijk te combineren met gezondheid voor mens en dier. Dit project streeft ernaar om middels ontwerp te achterhalen of houderijsystemen voor productiedieren denkbaar zijn, waarin de diergezondheid uitstekend is en de risico’s voor de volksgezondheid tot aanvaardbare proporties zijn teruggebracht, en die tegelijkertijd voldoen aan belangrijke andere ambities voor een duurzame veehouderij, waaronder een onbesproken dierenwelzijn, minimale belasting van het milieu, goede landschappelijke inpassing, maatschappelijke acceptatie en economische levensvatbaarheid.

Ontwerpend onderzoek volgens Reflexief Interactief Ontwerpen

Om tot een veehouderijsysteem te komen wordt de ontwerp benadering gehanteerd, de RIO (Reflexief Interactief Ontwerpen)-aanpak. Een afwisseling van onderzoek, interactieve ontwerpsessies, analyse en evaluaties leiden tot ideeën over de combinatie van diergezondheid, volksgezondheid met andere duurzaamheidsdoelen. Tijdens de ontwerpateliers kwamen verschillende stakeholders samen. Burgers, varkenshouders, dierenartsen, ingenieurs, een GGD-medewerker, en (landschaps)architecten dachten mee over het vraagstuk.

De vier ontwerpen

Uit de bijeenkomst in het najaar van 2012 en een tweede bijeenkomst in 2014 zijn vier ontwerpen gekomen. De vier ontwerpen zijn gebaseerd op drie principes:

  1. De omgang van het systeem met ziekteverwekkers; het aantal ziekteverwerkers zo laag mogelijk houden in het veehouderijsysteem.
  2. De interactie tussen het dier en zijn omgeving; Opbouwen weerstand, preventie van stress en geleidelijke overgangen naar veranderingen dragen hieraan bij. Maar ook een goed leefklimaat past hierbij.
  3. De interactie tussen het bedrijf en zijn omgeving;  de fysieke effecten op de gezondheid van mensen maar ook door de sociale en functionele verbinding tussen bedrijf en omgeving.

    Big City

    big city verkleind.jpg

    Big City is een gesloten varkensbedrijf, waarin 500 zeugen en circa  5000 vleesvarkens leven.

    De opfok van de zeugen vindt plaats op het eigen bedrijf. Het hoge niveau van dierenwelzijn is extra kritisch omdat Big City dichtbij de stad ligt, in hoge mate transparant is, en de verbinding met de omgeving, de burgers en consumenten zoekt. Dit welzijn wordt bereikt door het natuurlijke gedrag van varkens mogelijk te maken in een slim opgezette leefruimte, stressmomenten te vermijden, koppels zoveel mogelijk bij elkaar te houden en het zeer goede binnenklimaat.

    In het ontwerp wordt de fundamentele keuze gemaakt om de in- en uitgaande luchtstromen sterk te controleren, zodat er geen ziekteverwekkers kunnen worden uitgewisseld tussen mensen en dieren, en tussen het bedrijf en de omgeving. Het binnenklimaat is goed voor mens en dier, door de toepassing van maatregelen (m.n. varkenstoilet, brijvoedering, overdruksituatie) die het ontstaan en verspreiding in de stal van fijnstof en ammoniak tegengaan. Daarnaast wordt de uitgaande lucht nog gefilterd van ziekteverwekkers, fijnstof en ammoniak op een centrale plek, waar ook de overtollige warmte wordt teruggewonnen. De binnenkomende lucht kan gezuiverd worden van ziekteverwekkers als er in de omgeving iets aan de hand is.

    Montessoristal

    Eindplaat Montessori Stal-klein.jpg

    In de Montessoristal mogen varkens zelf kiezen in welk tempo ze naar de volgende fase in hun leven gaan, en ze leven steeds in stabiele groepen.

    In de Montessoristal mogen varkens zelf kiezen in welk tempo ze naar de volgende fase in hun leven gaan, en ze leven steeds in stabiele groepen. Door de geleidelijke overgangen worden belangrijke stressmomenten vermeden. Zeugen, biggen en vleesvarkens verplaatsen zich altijd zelf. Door een systeem van gescheiden afvoer van mest en urine, en van recirculatie van gezuiverde lucht is het binnenklimaat altijd gezond, en aangepast aan de behoeften in elke levensfase.

    Samen met een uitgekiende looproute van de varkenshouder kunnen ingrepen en diergeneeskundige handelingen tot een minimum worden beperkt. De omgeving ervaart geen hinder door geur, fijnstof en ammoniak van de Montessoristal door het recirculatieprincipe en de gescheiden afvoer van mest en urine. De binnenplaats van de stal kan ook gebruikt worden voor nuttige functies voor de omgeving.

    Conclusie

    De ontwerpen uit dit project tonen op zich nog niet aan dat varkens zonder diergeneeskundig ingrijpen en antibiotica kunnen worden gehouden, en mensen in en om het bedrijf geen hinder ondervinden of ziek worden. Ze duiden wel belangrijke ontwikkelingsrichtingen aan die het plausibel maken dat dit mogelijk is, ook in combinatie met andere eisen van duurzaamheid, zoals milieu, landschap, economie en dierenwelzijn. Belangrijke veranderingen ten opzichte van de gangbare manier van houden zijn:

    1. het creëren van geleidelijke overgangen, speciaal het geleidelijk spenen van biggen
    2. stabiele sociale groepen
    3. bronmaatregelen, zoals het varkenstoilet, tegen ammoniak, fijnstof en geur
    4. recirculatie: hergebruik van gezuiverde stallucht
    5. gescheiden afvoer van mest en urine
    6. diergezondheidszorg ingericht op preventie

    Hoe nu verder?

    Een deel van de voorgestelde veranderingen in de ontwerpen wordt al toegepast door enkele voorlopers in de sector. Denk aan de aanpassingen in het management t.b.v. de verhoging van de diergezondheid bij varkenshouder Gerald Deetman, of het multi-suckling systeem in Piggy’s Palace van Erik Stegink. Rond het recirculatie-principe loopt op dit moment een haalbaarheidsonderzoek in het kader van de SBIR-regeling Ammoniak-plus. De commerciële mogelijkheden van de delta-vloer (zie beschrijving Montessoristal) worden onderzocht met een externe partij. De haalbaarheid van de mobiele units in Kamperen bij de Buren wordt samen met een deelnemende veehouder verder uitgezocht.

    Heerlijkheid

    22-11-12 Varkenshouderij 9 Heerlijkheid overview-klein.jpg

    Bij het ontwerp de Heerlijkheid blijven varkens  gezond in een natuurlijke leefomgeving.

    Het opbouwen van weerstand wordt gestimuleerd en bescherming tegen overdracht van ziekteverwekkers tussen varkens en naar mensen plaatsvindt. Het is zodanig ingericht dat varkens in alle fasen van hun leven zoveel mogelijk hun natuurlijke gedragsbehoeften kunnen vervullen, gebruik makend van het landschap en een slimme inrichting van de binnenruimte.

    De biggen worden geboren in de centrale kraamstal. Alle zeugen uit een groep werpen ongeveer tegelijkertijd. Ziekteverwekkers hebben geen kans om zich te verspreiden, doordat er op het bedrijf steeds maar één leeftijdscategorie biggen aanwezig is. Twee weken na het spenen gaat een groep biggen samen naar een zogenaamde satellietlocatie waar ze verder kunnen groeien tot een smaakvol vleesvarken. Een satellietlocatie is bijvoorbeeld een akkerbouwbedrijf, waar de vleesvarkens een onderdeel vormen van de vruchtwisseling. Maar ook onderhoud van natuurterreinen met verschillende typen landschap is mogelijk, door het wroet-, vreet- en mestgedrag van de varkens te benutten.

    Kamperen bij de buren

    Eindplaat Kamperen bij de buren mobiel stalsysteem-klein.jpg

    ‘Kamperen bij de buren’ is een varkensbedrijf waarvan de kracht in de flexibiliteit zit.

    De ondernemer is hierin de regisseur, en kan in sterke mate inspelen op de wensen en eisen van zowel de omgeving (omwonenden en landschap) als de markt. De ondernemer staat centraal, kan alles sturen, maar het systeem is ingericht op de behoeften van het dier en de eisen van de omgeving.

    Het bedrijf heeft een omvang van ongeveer 300 zeugen en 3000 vleesvarkens. Alle dieren worden gehuisvest in verplaatsbare units, die naar wens aan elkaar gekoppeld kunnen worden. De units kunnen op een eigen landgoed van ca 10 hectare geplaatst worden of extern bij de buren. Dit kunnen letterlijk de buren zijn, maar ook bij scholen, woonwijken, industrieterreinen of anderszins.

    Publicaties