Project

Vegetatie-opnamen - verdroging

Informatie over de grondwaterstand wordt onder meer gebruikt in het verdrogingsbeleid, bij het berekenen van schade-uitkeringen aan agrariërs in waterwingebieden, bij het schatten van de uitspoeling van nutriënten naar het grondwater en bij de voorbereiding van civieltechnische werken. Beleidsmakers en waterbeheerders moeten rekening houden met meerdere, vaak tegengestelde belangen ten aanzien van de grondwaterstand. Daarom moeten grondwaterbeheerders beschikken over nauwkeurige informatie. Om risico's te kunnen inschatten en beheersen moet de nauwkeurigheid van deze informatie bekend zijn. Discussies over de kwaliteit van grondwaterstandsinformatie leidden er mede toe dat het sinds 2004 ontbreekt aan een landelijk beeld van de trendmatige verandering van de grondwaterstand in het areaal verdroogde natuur.  Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) rapporteert in de Balans van de Leefomgeving periodiek over de voortgang en effectiviteit van het milieu- en natuurbeleid en kijkt vooruit in de Natuurverkenningen. In het kader van het Natuurpact (Bestuursakkoord Natuur, 2012) analyseert PBL de verdrogingstoestand en de voortgang van verdrogingsbestrijding in opdracht van het ministerie van EZ. Tot 2004 vervaardigde het IPO landelijke overzichten van de verdroging van natuurterreinen. Sindsdien is er geen systematische landsdekkende inventarisatie van de verdroging van natuurgebieden meer geweest, waardoor een landelijk overzicht van de effecten van lokaal en regionaal antiverdrogingsbeleid ontbreekt.  

Het doel van deze studie is om de actuele verdrogingssituatie landsdekkend in kaart te brengen volgens een te ontwikkelen werkwijze waarmee ook in de toekomst op een objectieve, reproduceerbare en nauwkeurige wijze de verdrogingssituatie landsdekkend in kaart kan worden gebracht. Allereerst zal voor terrestrische natuur op basis van bestaande gegevensbronnen op een uniforme, objectieve en reproduceerbare wijze aan worden gegeven hoe het met de verdrogingssituatie gesteld is en welke veranderingen sinds 2004 hebben plaatsgevonden. Voor de langere termijn wordt een werkwijze ontwikkeld waarmee deze rapportage in de toekomst kan worden voortgezet en verbeterd door aanvullende gegevens en wellicht ook door beter gebruik te maken van vegetatieopnamen die vanwege andere verplichtingen door de terreinbeheerders worden verzameld.

 

De volgende drie onderzoeksvragen staan centraal:

  1. In hoeverre is een kwantitatieve beschrijving van de grondwatersituatie af te leiden uit vegetatieopnamen en wat is de nauwkeurigheid van deze karakterisering in vergelijking met die uit peilbuizen?
  2. Welke verschillen bestaan er tussen de karakterisering van de grondwatersituatie afgeleid uit vegetatieopnamen met behulp van de verschillende instrumenten of methoden die bij de organisaties KWR, Staatsbosbeheer en Alterra zijn ontwikkeld en is een objectieve en onafhankelijke validatie mogelijk?
  3. Wat is de actuele verdrogingssituatie in natuurgebieden met grondwaterafhankelijke natuur in Nederland?

Publicaties