Project

Veilige valorisatie van slachtbijproducten

Als gevolg van de productie van vlees voor humane consumptie ontstaat er jaarlijks in de EU een reststroom van ongeveer 17 miljoen ton aan verwerkt dierlijke eiwitten (PAPs). Om het risico op “gekke koeienziekte” (BSE) te minimaliseren mogen eiwitten van herkauwers niet in de diervoederketen terechtkomen. Daarnaast is er een verbod op intra-species recycling. Dat wil zeggen dat PAPs van varkens niet aan varkens en PAPs van pluimvee niet aan pluimvee gevoerd mogen worden. De Nederlandse overheid, de Europese Unie, en het Nederlandse bedrijfsleven willen dierlijke bijproducten verantwoord, maar met een zo breed mogelijke toepassing hergebruiken. De motivatie is om beter aan de eisen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen te voldoen en om de druk op de wereldhandel van soja als diervoedergrondstof te verminderen.

Dit project heeft als doel het faciliteren van het verwerken van varkens PAPs in pluimveevoeders. Het is dan vereist om aan te tonen dat de varkensbijproducten vrij zijn van pluimvee-eiwitten. Er is daarom dringend behoefte aan detectiemethoden voor het aantonen van pluimveemateriaal in varkens PAPs en in pluimveevoeders. Dit project richt zich op het ontwikkelen van een ELISA (immunoassay) screeningsmethode en een qPCR bevestigingsmethode voor detectie van pluimvee-eiwitten. Naast de ontwikkeling en toetsing van de methoden zullen studies voor implementatie van de methoden bij de bedrijven plaatsvinden.

Publicaties