Project

Verbetering herstelstrategieën (PAS, Natura 2000)

Om het programma Programmatische aanpak voor stikstof (PAS) goed te laten functioneren, zoekt dit project de huidige kennislacunes over ecologische herstelmaatregelen in Natura 2000-gebieden uit. Bovendien wordt onderzocht welke herstelstrategieën in de categorie ‘bewezen’ vallen. Dit geldt zowel op landelijk niveau als gebiedsniveau.

Doelstelling

PAS is een programma van het Rijk en de gezamenlijke provincies. Binnen PAS wordt de lokale depositie (neerslag) van stikstof (zowel de huidige als voorspellingen voor 2020 en 2030) gelegd naast de kritische depositiewaarde van stikstofgevoelige habitats. Met herstelmaatregelen wordt vervolgens gekeken of er wetenschappelijk gezien geen twijfel is dat de doelstellingen voor instandhouding niet in gevaar komen. De maatregelen kunnen op habitat- en landschapniveau worden ingezet. Voor de ecologische onderbouwing van PAS zijn in 2010-2011 herstelstrategieën opgesteld voor de soorten en habitattypen van Natura 2000.

Oogmerk van PAS is om ervoor te zorgen dat in alle Natura 2000-gebieden uiteindelijk een doorwrochte en onderbouwde analyse klaarligt waaruit blijkt dat er voldoende maatregelen worden genomen om de te beschermen habitattypen een toekomst te garanderen. Ook moet duidelijk worden of er in een natuurgebied voldoende ruimte is voor nieuwe depositie (neerslag) van stikstof. Deze gebiedsanalyse zal onderdeel zijn van het beheerplan dat voor elk Natura 2000-gebied wordt opgesteld. Een goedwerkende PAS is noodzakelijk om Natura 2000 binnen Nederland te laten voortbestaan, waarbij tegelijkertijd economische ontwikkeling binnen de kaders van de Europese natuurwetgeving wordt gefaciliteerd.

Werkwijze

Het project start met een analysefase. Hierbij stellen de onderzoekers een lijst op met te beschermen habitats (typen en soorten) en de status van de voorgestelde of bewezen maatregelen. Ook leggen zij een lijst met kennislacunes aan en maken zij een selectie van gebieden en kennislacunes die in de uitwerkingsfase worden aangepakt. Ook wordt duidelijk welke kennislacunes nieuw, meerjarig onderzoek vergen en welke niet verder worden uitgewerkt.

Op basis van de resultaten van de analysefase wordt in overleg met de opdrachtgever een nader te bepalen aantal gebieden geselecteerd, waarvan de kennislacunes in 2012 nader worden onderzocht en zo mogelijk ingevuld. De selectie van deze gebieden moet leiden tot een set van gebieden waarvan de resultaten zo breed mogelijk toepasbaar zijn in de overige gebieden waarop de PAS van toepassing is. Verder wordt in 2012 OBN-kennis geëvalueerd door het Bosschap.

Resultaten

De conceptrapportages van de 134 gebiedsanalyses laten zien dat ook bij de toepassing van de herstelstrategieën in deze gebieden kennislacunes naar voren komen die de werking van PAS kunnen beïnvloeden. Door de toepassing van de herstelstrategieën is het noodzakelijk om de verschillende  beheer-typen die onder de PAS vallen scherper af te bakenen.

Er is voortgang geboekt op het vlak van kennislacunes waardoor herstelstrategieën verder versterkt kunnen worden:

  • Resultaten van recent onderzoek aan herstelbeheer zijn toegevoegd aan de herstelstrategieën.
  • Naast het doorvoeren van de nieuwe kritische depositiewaarden in het hele project, heeft het doorrekenen ook geleid tot een vijftal nieuwe stikstofgevoelige habitattypen.
  • Kwaliteitsborging kweldertypen door inzet van experts.
  • Verdere uitwerking van de effecten van verhoogde stikstofdepositie voor de VHR soorten
  • Kwaliteitsborging 'efecten op de leefgebieden voor fauna'.
  • Kwaliteitsborging habitats van VHR soorten en de stikstofgevoelige leefgebieden.
  • Uitbreidingsmaatregelen zijn verder uitgewerkt en geïmplementeerd in de herstelstrategieën

Publicaties