Project

Verdienmodel modernisering en verduurzaming teeltareaal

De tuinbouwsector streeft naar een duurzame herstructurering van verouderde tuinbouwconcentratiegebieden om daarmee de sectoren weer vitaal te maken en te houden voor de toekomst. De aandacht richt zich in eerste instantie op 1500 ha te herstructureren glastuinbouw, gevolgd door herstructurering in de boomkwekerij- en bollensector.

De initiatiefgroep binnen dit project, bestaande uit LTO Glaskracht Nederland, Ministeries van EZ en I&M, provincies Noord-Holland en Zuid-Holland, Greenports Aalsmeer e.o. en Westland-Oostland, FloraHolland en Rabobank en ondersteund door Wageningen Economic Research (WECR) en RVO, heeft zich tot doel gesteld 'het aanjagen van de modernisering en verduurzaming van het teeltareaal door het maken van een gereedschapskist met nieuwe instrumenten en stimulering van de (creatieve) aanwending daarvan'. Deze nieuwe instrumenten stellen ondernemers in staat een efficiëntere bedrijfsvoering met een hogere toegevoegde waarde te voeren. Dit alles met als uiteindelijke doel: het verhogen van de toegevoegde waarde van de glastuinbouwbedrijven per m2 en de concurrentiekracht van de sector als geheel.

Resultaten

Er zijn interventies gepleegd in de verschillende pilotgebieden met enerzijds een gebiedsgerichte aanpak en anderzijds een aanpak op individueel bedrijfsniveau. De gebiedsgerichte interventies zijn door WECR en RVO ondersteund en de bedrijfsspecifieke interventies door LTO Glaskracht Nederland. De gebiedsgerichte interventies betroffen innovaties op het terrein van ruimtelijke ordening en gebiedsmanagement, coalitievorming met (on)bekende partijen en techniek (energie, warmte, CO2, water en internet). Innovaties op bedrijfsniveau betroffen o.a. ketenontwikkeling en inspelen op marktniches.

De resultaten betroffen concrete producten (o.a. gebiedsvisies, gebiedsagenda’s, tuindersoverlegplatform, energieconcepten en –profielen en toekomstplannen tuinders), procesversnellers (o.a. inzicht in herverkaveling, in mogelijkheden van transformatie en in warmtenet en re-branding) en sociale vernieuwing (noodzakelijke samenwerking tussen diverse stakeholders).

Daarnaast zijn lessons learned opgedaan m.b.t. samenwerken, draagvlak en vertrouwen, behoefte aan (onafhankelijke) externe ondersteuning bij tuinders, dat modernisering tijd, geld en doorzettingsvermogen kost, een duidelijke probleemeigenaar essentieel is en geen van de instrumenten (proces, RO en financieel) vragen om grote aanpassingen.

Producten en publicaties

De publicatie ‘Elkaar een toekomst gunnen’ van WECR heeft aan de basis gestaan van de Gereedschapskist Moderne Tuinbouw. Voor de twee deelprojecten zijn  in de zes geselecteerde pilotgebieden verschillende - en vaak vertrouwelijke - factsheets en PowerPoint presentaties opgesteld, welke input vormde voor het deelproject 'Expertsessies & Moderniseringsconferentie'. En levert bovenal bouwstenen op voor een te maken gereedschapskist met nieuwe/verbeterde instrumenten, die ter beschikking gesteld wordt via een virtueel op te zetten Kenniscentrum. Tenslotte is een evaluatierapport opgesteld van de ervaringen, bevindingen en lessons learned van de instrumentenkoffer in de zes pilotgebieden.

Buurma, J, Ruijs, M, Knijff, A. van der., 2013. Elkaar een toekomst gunnen; Naar een modern en duurzaam teeltareaal glastuinbouw. LEI-nota 13-015, LEI Wageningen UR, Den Haag.

Initiatiefgroep Moderne Tuinbouw, 2013. Gereedschapskist Moderne Tuinbouw. www.modernetuinbouw.nl

Anonymus, 2014. Structuur glastuinbouwbedrijven in buitengebied NHN. Factsheet. Stivas, LEI Wageningen UR en DLG, Alkmaar, pp. 3.

Smit, P. en N. van der Velden, 2016. Energieverduurzaming Westlandse glastuinbouw; Van middenmotor naar koploper (deel 2). Rapport 2016-086. Wageningen Economic Research, Den Haag, pp. 30. http://edepot.wur.nl/390949

Verplaatsing naar glasconcentratiegebied (te) vaak grote stap; Veel telers in buitengebied blijven zitten. Maandblad Onder Glas, 11 november 2014, p 14-15.

RVO (2017, in druk). Evaluatie instrumentenkoffer. Rapportage, RVO en WEcR, Utrecht, pp. 21.