KD-2017-159_Verhoogde ziektedruk rond geitenhouderijen

Project

Verhoogde ziektedruk rond geitenhouderijen

De resultaten van de VGO-studies wijzen op consistente associaties tussen het wonen rond pluimvee- en geitenbedrijven en het verhoogde risico op longontsteking. Deze verbanden zijn al gesignaleerd in het eerdere project Intensieve Veehouderij en Gezondheid (IVG), en werden bevestigd in VGO op basis van her-analyse van de huisartsengegevens uit 2009 (kernel-analyse pluimvee) en de vragenlijstgegevens die in 2014/2015 als onderdeel van het medisch onderzoek onder circa 2.500 omwonenden zijn verzameld.

In het VGO II project (additionele analyses VGO) zijn deze waarnemingen over een periode van meerdere jaren bevestigd (2009 tot en met 2013), opnieuw op basis van de huisartsengegevens. Het verhoogde risico op longontsteking rond pluimveebedrijven strekt zich ongeveer in een straal van 1 km uit vanaf een veehouderijbedrijf. Het verhoogde risico op longontsteking rond een geitenbedrijf heeft gemiddeld een grotere reikwijdte; van gemiddeld ongeveer 2 km. Het wonen rond pluimvee- en geitenbedrijven verklaart in het VGO gebied maximaal ongeveer 10-20% van alle gevallen van longontsteking. In totaal betreft dit, afhankelijk van het precieze onderzoekjaar, 150-200 gevallen van longontsteking in de VGO populatie (~100.000 mensen). De oorzaken van het verhoogde risico op longontsteking zijn niet bekend. Voor pluimvee is gesuggereerd, op basis van een onderzoek van relatief bescheiden omvang, dat blootstelling aan fijnstof inclusief de daar in voorkomende endotoxines, bijvoorbeeld kan leiden tot een verschuiving in het microbioom van het ademhalingsorgaan of een verergering van een al dan niet latent aanwezige luchtwegaandoening. Bij een verzwakte afweer kunnen bepaalde (humane) pathogenen hierdoor tot een longontsteking leiden. Het verhoogde risico op longontstekingen rond geitenbedrijven hangt om meerdere redenen niet samen met het voorkomen van Q-koorts.

Resultaten

De resultaten van de VGO-studies wijzen op consistente associaties tussen het wonen rond pluimvee- en geitenbedrijven en het verhoogde risico op longontsteking. Voor geitenbedrijven lijken de uitgestoten niveaus van fijnstof (gemeten als PM10) geen waarschijnlijke verklaring te bieden voor het verhoogde risico omdat de emissies vanuit geitenbedrijven onder reguliere omstandigheden relatief gering zijn. Anderzijds kan niet geheel worden uitgesloten dat de agentia die verantwoordelijk zijn voor toename van longontsteking onderdeel uitmaken van fijn stof maar op massa-basis niet veel bijdragen. In dit project i.s.m. RIVM, GD en IRAS-UU wordt systematisch iteratuuronderzoek uitgevoerd naar mogelijke oorzaken van longontsteking bij omwonenden van geitenbedrijven. Dit zal parellel aan en in afstemming met literatuuronderzoek geleid door IRAS-UU naar microbiële risicos van het composteren van mest (thermofiele micro-organismen) worden uitgevoerd. Op dit moment is maar een beperkt aantal pathogenen in beeld bij geiten en deze lijst moet op basis van de literatuur worden uitgebreid. Hiervoor zal een gestructureerde aanpak volgens de richtlijnen van systematic reviews (SR) worden gevolgd. Daarnaast zullen ook bedrijfsgegevens van GD geanalyseerd worden naar circulerende potentiele ziekteverwekkers op geitenbedrijven. De resultaten van het literatuuronderzoek dienen als input voor het opstellen van mogelijk veldonderzoek  naar de oorzaken van de verhoogde incidentie van longontsteking rodom geitenhouderijen.

Publicaties