Project

Virus- en vectorbeheersing in pootaardappelen

De gezondheid van pootaardappelen en suikerbieten wordt bedreigd door virussen. Het aardappelvirus Y (Potato virus Y, PVY), bijvoorbeeld, leidt tot aanzienlijke economische schade en ondermijnt de sterke Nederlandse exportpositie van pootaardappelen. In dit publiek-private samenwerkingsproject worden hulpmiddelen ontwikkeld waarmee besmetting en waardevermindering in pootaardappelen worden voorkomen. Deze zijn tevens geschikt te maken voor toepassing in de suikerbietenteelt.

De teelt van pootaardappelen en suikerbieten is samen goed voor ca. 120 kHa, oftewel 24% van het Nederlandse akkerbouw areaal. Nederland exporteert jaarlijks 800.000 ton aardappelpootgoed naar meer dan 70 landen en heeft daarmee wereldwijd een marktaandeel van 60%, met een geschatte waarde van bijna een half miljard euro. De sterke exportpositie is te danken aan de hoge kwaliteit en gezondheid van het pootgoed, wat gewaarborgd wordt door een uitgebreid certificeringssysteem. In de laatste vijf jaar is er echter sprake van een toenemend aantal partijen (>15%) dat bij de nacontrole op PVY besmet blijkt, met een lagere waardering, financiële en reputatie schade tot gevolg.

Bladluizen en klimaatverandering

PVY wordt door bladluizen van zieke naar gezonde planten overgebracht. Een empirische relatie tussen bladluisdruk en het percentage met PVY geïnfecteerde knollen vormt de basis voor adviezen voor het juiste moment van loofdoden en rooien. Als gevolg van klimaatverandering en genetische veranderingen in het virus zijn deze adviezen mogelijk niet meer actueel. Bladluisvluchten zullen steeds vaker vroeg en laat in het jaar optreden, waardoor het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen zal toenemen. Het voor de pootaardappelteler beschikbare middelenpakket staat echter steeds meer onder druk. In de suikerbietensector worden bladluizen goeddeels bestreden door middel van een zaadcoating met neonicotinoïden; deze middelen zijn inmiddels verboden. Dit onderzoek richt zich daarom specifiek op een veel nauwkeuriger risico-inschatting van PVY-infecties afhankelijk van het moment waarop bladluizen vliegen en met virus besmet raken.

Doel

Het samen met de sector ontwikkelen van een duurzame, effectieve en klimaatbestendige set hulpmiddelen (bladluisidentificatie, virus detectie) en beheersmaatregelen tegen virusinfecties. Het percentage pootaardappel dat bij de nacontrole wordt gedeclasseerd zal hierdoor dalen evenals het aantal bespuitingen met chemische gewasbeschermingsmiddelen tegen bladluizen. Hulpmiddelen en beheersmaatregelen zijn met geringe aanpassingen geschikt te maken voor toepassing in de suikerbietenteelt.

Aanpak

  • Ontwikkeling van een klimaatbestendig waarschuwingssysteem voor vroege bladluisvluchten
  • Ontwikkeling van hulpmiddelen op basis van de nieuwste moleculaire technieken die het mogelijk maken het risico op PVY-infecties in de diverse teeltfasen nauwkeurig(er) in te schatten.
  • Samen met telers en andere stakeholders bestaande en innovatieve beheersmaatregelen analyseren en gebruiken om een strategie te ontwikkelen die de risico’s op besmetting en declassering verminderen.

Beoogde resultaten

Een systeemaanpak voor de beheersing van virus en vector die telers een belangrijk handvat biedt om ook in de toekomst in staat te zijn kwalitatief goed pootgoed te blijven produceren. Dit vertaalt zich in blijvende rentabiliteit en komt de exportpositie en reputatie van de Nederlandse pootaardappelsector als geheel ten goede. Deze systeemaanpak straalt uit naar de suikerbietensector.

Publicaties