Project

Voeding in relatie tot cognitieve functie

Met de vergrijzing van de wereldbevolking zal de incidentie van de Ziekte van Alzheimer (AD) alleen maar toenemen en daarmee ook de sociale en economische lasten die daaraan gekoppeld zijn. De oorzaken van AD zijn nog altijd onbekend en ook zijn er op dit moment nog geen
behandelmethoden voorhanden.

Het ontwikkelen van preventieve strategieën is daarom zeer wenselijk. Ophoping van het eiwit beta-amyloïde (Aß) in de hersenen is een
van de belangrijkste oorzaken van het ontstaan van AD. De hypothese die wij willen onderzoeken is gebaseerd op Aß dat in de darm wordt gevormd, dat via chylomicronen in het lichaam wordt getransporteerd, en op deze manier een bijdrage kan leveren aan de Aß-lokalisatie in de hersenen, waar Aß-plaques kunnen worden gevormd. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat voeding een rol kan spelen bij de ontwikkeling van AD en mogelijk dat deze hypothese richting kan geven aan onderzoek om tot betere preventieve strategieën voor AD te komen.

In dit project bestuderen we het effect van voeding (voedingsstatus, voedingsstoffen,
voedingspatronen en geselecteerde bioactieve stoffen) op de productie
en secretie van Aß in de darm, systemisch Aß transport via chylomicronen en de relatie met Aß depositie in de hersenen. Hiervoor zullen we darm-gerelateerde biomarkers (zoals Aß40, Aß42, apoB48) gaan meten gedurende een voedings-challenge in mensen met verschillend cognitief functioneren (van gezonde mensen tot mensen met AD). Verder zullen we in in vitro experimenten de effecten
van voedingsstoffen (voedingspatronen) en geselecteerde bioactieve stoffen bestuderen op productie, secretie en transport van Aß vanuit de darm.

Op deze manier willen we goede biomarkers identificeren voor cognitieve
achteruitgang die gerelateerd zijn aan voedingsstatus en willen we
voedingsstoffen,
voedingspatronen
en/of geselecteerde bioactieve stoffen identificeren die een mogelijk
preventieve werking hebben op de ontwikkeling van AD.

Publicaties