Project

Voorkomen van uitbraken van humaan pathogenen (EHEC) in groenteketens

Na de uitbraak van EHEC afkomstig van fenegriek zaad in Hamburg in 2011 is duidelijk geworden dat humaan pathogenen overgebracht kunnen worden via plantaardig voedsel naar de mens. Humaan pathogenen kunnen aanwezig zijn op versconsumeerbare groenten en fruit, en vooral jonge planten zoals spinazie, sla en taugé zijn gevoelig voor infecties. Onderzoek is noodzakelijk om de risico's in te kunnen schatten in welke mate dergelijke versconsumeerbare producten een bedreiging kunnen vormen voor de humane gezondheid. Kennis is noodzakelijk over de transmissie routes naar gewassen, maar ook over het aanpassingsvermogen van humaan pathogenen aan diverse milieus.

Dit project sluit aan bij PPS EHEC zaad (226), Microbiologie in de tuinbouwketen (296) en Interreg eheHUPaction.

Doelstelling

De recente uitbraak van de EHEC-bacterie (E. coli O104:H4), aanwezig in fenegriek (plant), heeft in Hamburg en elders in Europa tot 50 sterftegevallen geleid. Dit is één van de grootste uitbraken van humaan pathogene bacteriën die gerelateerd zijn aan plantaardig voedsel. Deze uitbraak leidde tot veel angst onder consumenten met betrekking tot vers geconsumeerde groenten, zoals komkommers, tomaten en taugé. Nader onderzoek naar oorzaken en maatregelen blijkt noodzakelijk. De volgende vraag staat hierin centraal. Welke factoren zijn verantwoordelijk voor veranderingen in humaan pathogene E. coli soorten, waardoor er meer persistente en mogelijk agressievere en meer resistente varianten ontstaan? Concreet wordt er onderzocht wat de interactie is tussen  Enterobacteriaceae, die verwant zijn aan humaan en dier pathogene E. coli-stammen, en de EHEC bacterie  in planten en omgeving.  

Resultaten

Er is een literatuuroverzicht in 2012 gemaakt door alle deelnemers in het project over:

  • de ecologie van humaan pathogenen (focus of E. coli) in planten in landbouwsystemen,
  • Innovatieve detectie technologiën,
  • Overdracht van virulentiefactoren via fagen en plasmiden,
  • Interactie tussen dierlijke en plantaardige productieketens,
  • Overeenkomst tussen plantpathogene bacteriën en E. coli.

Het literatuuroverzicht vormt de basis van experimenteel onderzoek dat wordt uitgevoerd in 2013 en verder. Tevens vormt het basis voor een stake holder overleg, in de vorm van een minisymposium, dat  gepland is in Maart 2013. Het literatuuronderzoek wordt omgezet in een opinie review van circa 2000 woorden en aangeboden aan Current Opinions in Microbiology in 2013.
De te verzamelen kennis is van groot maatschappelijk belang. Niet alleen voor het veiliger maken van duurzame plantaardige productieketens, maar ook voor het inschatten van risico’s van microbiële besmettingen in rauw geconsumeerde (spruit) groenten. Tevens ondersteunt dit onderzoek versnelde brontracering na een bacterie-uitbraak.

Plan van Aanpak

Dit vier jaar durende project kent de volgende fasen:
  • De eerste fase van dit onderzoek is inventariserend: literatuurstudie en gerichte isolaties van groentegewassen.
  • Workshop op basis van verkregen kennis: experts uit topsectoren, nVWA, bedrijfsleven en retail nemen deel. De uitkomst van deze workshop is leidend voor gedetailleerde invulling van vervolgfasen van onderzoek.
  • Experimentele fase: genoverdracht van geïdentificeerde genen binnen plantgeassocieerde (E. coli-achtige) populaties worden onderzocht.
  • Data uit experimenten voor berekening van risico’s. Centraal staat de vraag welke factoren in de keten eventuele risico’s kunnen vergroten.
  • Oplossingen om eventuele risico’s te verkleinen.