Voorkomen van verspreiding van resistente bacteriën via mest en milieu

Project

Voorkomen van verspreiding van resistente bacteriën via mest en milieu

In 2017 is door Wageningen Livestock Research gewerkt aan het ontwikkelen van het meststromenmodel in Nederland. Hierbij is per diersoort (kip, kalf, varken, rund) in kaart gebracht hoeveel mest wordt geproduceerd en op welke wijze dit wordt verwerkt.  Dit verschilt sterk per diersoort.

De totale hoeveelheid geproduceerde mest is bijna 70 miljoen kg. De drijfmest (kalf en varken) wordt grotendeels verwerkt, waarbij vloeibare en vaste fase wordt gescheiden. De rundveemest wordt onverwerkt op het land gebracht als meststof. Mest bevat per definitie fecaal uitgescheden pathogenen (zoals Salmonella) en AMR (waaronder ESBLs) en antibioticumresiduen. M.u.v. thermofiele vergisting en verbranding (alleen voor kippenmest) is niet duidelijk in hoeverre de verwerking leidt tot reductie van pathogenen, AMR en residuen in de eindproducten.

Meststromenmodel

De stand van zaken van het lopende Global One Healt project over mest gerelateerde risicos is dat geprioriteerde pathogenen en antibiotica in het model geïncorporeerd kunnen worden en beschikbare Wageningen University & Research verspreidingsmodellen (MAMBO, GEOPEARL, TOXWA) eraan kunnen worden gekoppeld. Het eindresultaat voor dit jaar is een meststromenmodel waarin beschikbare informatie (metingen en literatuur) over het voorkomen en het lot van pathogenen en antibiotica in de mestketen is opgenomen zodat concentraties in onbewerkte mest en eindproducten van mestverwerking berekend kunnen worden. Koppeling van bestaande WUR verspreidingsmodellen aan het meststromenmodel is voorzien voor 2018.

Antibioticaresistentie (AMR)

In Nederland worden zeer grote hoeveelheden mest, al dan niet verwerkt, waarbij vaste en vloeibare fase gescheiden wordt, op het land uitgereden. Voor het drijfmestdeel van varkens en kalveren bevat veel antimicrobiële resistentie en ook antibioticumresiduen. Het gevolg daarvan op de ecologie van bodem en oppervlakte water is onbekend. Wel is bekend dat bodem en water een reservoir is waar in toenemende mate AMR (zoals ESBLs) voorkomt.

In dit project wordt onderzocht in hoeverre de verschillende manieren van mestverwerking een positief effect hebben op het voorkomen van AMR en residuen in deze mest.  Daartoe is een overzicht gemaakt van alle

mestverwerkingsfasen per diersoort/soort mest. Op basis van deze tabel worden monsters geselecteerd (in triplo) voor analyse op AMR en residuen.

AMR analyse vindt plaats met klassieke kwantitatieve microbiologische technieken en in een steekproef met metagenome analyse van bacterieel DNA.

Residu-analyse wordt verricht op de belangrijkste groepen antibiotica waarvan bekend is dat er residuen via de mest worden uitgereden.

Publicaties