Voorkomen verspreiding resistente bacteriën via mest en milieu

Project

Voorkomen verspreiding resistente bacteriën via mest en milieu

Antimicrobiële resistentie is het proces waarbij microben een resistentie ontwikkelen tegen de medicijnen die worden gebruikt om ze te bestrijden. Deze geneesmiddelen zijn bijvoorbeeld antibiotica tegen bacteriële infecties, virussen die antivirale middelen bestrijden, antimycota die schimmels tegengaan, en anti-parasitaire middelen die parasieten bestrijden.

De Nederlandse veehouderij gebruikt dergelijke geneesmiddelen om de gezondheid van de veestapel in stand te houden.

Resistente bacteriën, virussen, parasieten en schimmels kunnen overleven daar waar micro-organismen dat kunnen, namelijk in en op mensen, dieren, mest, planten, bodem en milieu. Antibioticaresistentie (AR) en antimicrobiële resistentie (AMR) zijn niet alleen een probleem voor de volksgezondheid maar ze kunnen ook een probleem worden in het milieu (One-Health). Via mest aanwending kunnen AMR en antibioticaresiduen in het water, de bodem of de lucht terecht komen.

Kennis over antibiotica- en antimicrobiële resistentie

Met diverse vormen van mestverwerking (zoals vergisting, droging en compostering) is het mogelijk om de AMR-niveaus te reduceren, maar exacte cijfers ontbreken. Langzamerhand groeit het besef dat het microbioom ook belangrijk is voor de gezondheid en productiviteit van de bodem. De microbiële samenstelling van mest is echter variabel en goeddeels onbekend. Daarbovenop, door de verhoging van de humane mobiliteit en de globalisering wordt het moeilijker om controle over AMR uit te kunnen oefenen. Kennis over de gevolgen hiervan en de (efficiëntie van) mogelijke maatregelen ontbreken, evenals inzicht in de wensen en belangen van de verschillende stakeholders. Deze onzekerheden worden versterkt door het huidige beleid, en culturele en praktijk-gerelateerde ontwikkelingen die de toekomst van de veehouderij aan het herscheppen zijn. Een belangrijk ontwikkeling in deze context is de Landbouwvisie van minister Carola Schouten (8 september 2018). In een voedselsysteem dat draait om het verwaarden van grond- en reststromen komen hele nieuwe vragen

In Nederland worden zeer grote hoeveelheden mest, al dan niet verwerkt, waarbij vaste en vloeibare fase gescheiden wordt, op het land uitgereden. Vooral het drijfmestdeel van varkens en kalveren bevat veel antimicrobiele resistentie en ook antibioticumresiduen. Het gevolg daarvan op de ecologie van bodem en oppervlakte water is onbekend. Wel is bekend dat bodem en water een reservoir is waar in toenemende mate AMR (zoals ESBLs) voorkomt.

Verschillende manieren van mestverwerking

In dit project wordt onderzocht in hoeverre de verschillende manieren van mestverwerking een positief effect hebben op het voorkomen van AMR en residuen in deze mest. Daartoe is een overzicht gemaakt van alle mestverwerkingsfasen per diersoort/mestsoort. Op basis van deze tabel worden monsters geselecteerd (in triplo) voor analyse op AMR en residuen.

AMR analyse vindt plaats met klassieke kwanitatieve microbiologische technieken en in een steekproef met metagenome analyse van bacterieel DNA. Residu-analyse wordt verricht op de belanbgrijkst groepen antibiotica waarvan bekend is dat er residuen vvia de mest worden uitgereden.

Publicaties