kippenvoer

Project

Wetgeving en veiligheid nieuwe ingrediënten internationaal

In recente jaren zijn er wereldwijd veel nieuwe voedingsmiddelen en voedselingrediënten ontwikkeld. Dit project kijkt en vergelijkt hoe verschillende landen omgaan met Novel Foods, GGO’s en de regelgeving rond gezondheidsclaims omgaan. Daarbij wordt gekeken naar Europese landen, VS, Canada, China en Japan.

Doelstelling

Het doel van het project is (1) het maken van een toekomstgerichte inventarisatie van knelpunten in de huidige veiligheidsbeoordeling van nieuwe zowel enkelvoudige als complexe ingrediënten en (2) de veiligheidsbeoordeling op termijn beter geschikt te maken voor deze nieuwe ingrediënten.

Een tweede doel is het analyseren van de uitvoering van wetgeving op het gebied van nieuwe voedingsmiddelen, GGOs, voedings- en gezondheidsclaims en supplementen en het vergelijken van de uitvoering van de EU wetgeving  met die in China, Canada, Australië/Nieuw Zeeland, de USA en Japan op deze terreinen.

Werkwijze

Ons voedsel ondergaat steeds grotere veranderingen, zowel door gentechnologie als door nieuwe voedingsmiddelen zonder technologie en nieuwe ingrediënten, inclusief functionele voeding en supplementen. Dit project is erop gericht de nieuwste ontwikkelingen in kaart te brengen en de gevolgen voor veiligheidsanalyse inzichtelijk te maken. Dit moet vervolgens leiden tot aanbevelingen voor en het opstarten van nieuwe onderzoeksmethoden indien nodig.

Resultaten

De belangrijkste conclusies uit de inventarisatie en het klankbordoverleg waren:

  • Er zijn verschillende internationale ontwikkelingen, zowel in de voedsel- en diervoederproductie, als aan de beleidsmatige kant, die vragen om nieuwe beoordelingsstrategieën. Het gaat hierbij met name om de beoordeling van complexe producten, planten en dieren, zowel GGO als niet-GGO. 
  • Minder nadruk op de ‘functional ingredients’ en kruidenpreparaten, daar is wel nieuwe kennis voor nodig maar nieuwe technieken in mindere mate.
  • Profilering wordt steeds belangrijker, zowel chemisch als moleculair biologisch. Deze technieken zijn momenteel in ontwikkeling van interessant principe tot toepasbare tool; RIKILT onderzoek zou hier aan bij moeten dragen.
  • Er is dan ook verder gewerkt aan nieuw onderzoek.
  • Er is een modelstudie gekozen van aardappels, afkomstig van lopende experimenten bij Plant Research International, waaronder hoog toxine exemplaren.
  • Van alle monsters is RNA geïsoleerd en op kwaliteit beoordeeld. Van alle monsters is goed RNA verkregen en dit is voorbereid voor RNA profilering middels next generation sequencing (NGS). De data-analyse hiervan zal in 2013 plaatsvinden.
  • Er is een set NMR-profielen afgerond, deze zullen in 2013 geanalyseerd worden in een vervolgproject. Voor MS analyse is een vergelijking van systemen uitgevoerd die heeft geleid tot de keus voor de combinatie van een hoge drukpomp met een Executive LCMS systeem.
  • Op basis van beschikbare profielen is in overleg met statistici en chemometrici een model ontwikkeld dat direct onderscheid kan maken tussen profielen die niet afwijken van bekende profielen van commerciële variëteiten en profielen die dit wel doen. De tweede groep profielen kan nader beschouwd worden om te beoordelen of het om toxicologisch of nutritioneel relevante veranderingen gaat.