paard en ruiter antibioticaresistentie antibioticumresistentie zoonoses zoönoses

Project

Zoönotische risico’s gehouden paarden

Het ministerie EZ wil meer inzicht in de zoönotische risico’s van het houden van paarden in de verschillende houderijvormen, zowel ten aanzien van het soort risico’s (van paard op mens overdraagbare infectieuze aandoeningen via contact met paarden en via consumptie van paardenvlees, en het effect van antibioticagebruik bij het paard op de ontwikkeling van antibiotica resistentie bij de mens) als ten aanzien van de grootte van die risico’s en de factoren die van invloed zijn op die risico’s.

Doelstellingen project

Inzicht verkrijgen in de relevante zoönotische aandoeningen bij de divers gehouden paarden in Nederland, het voorkomen van paard op mens overdraagbare ziektes bij de mens, de impact van risicofactoren (bv wijze van houden) op het risico van overdracht, en het effect van antibioticagebruik bij het paard op de ontwikkeling van antibiotica resistentie bij de mens.

Aanpak en tijdspad

De aanpak is om aan de hand van een kwalitatieve en (waar mogelijk) meer kwantitatieve methode te komen tot een inschatting van het zoonotische risico van het houden van paarden voor de mens. Onderdeel A betreft risico’s van paard op mens overdraagbare infectieuze aandoeningen via contact met paarden en via consumptie van paardenvlees, en onderdeel B betreft risico’s als gevolg van het  antibioticagebruik bij het paard op de ontwikkeling van antibiotica resistentie bij de mens.

Onderdeel A:

  1. Maak een inventarisatie van de (relevante) zoonosen bij paarden aan de hand van het EmZoo-rapport, EFSA rapporten en bedrijfsgebonden dierziekten lijst, literatuuronderzoek en expert opinies (GD, FD, (inter) nationale paardenspecialisten.
  2. Maak een shortlist (drie stuks?) van de meest risicovolle infecties op basis van het Emzoo resultaat en mogelijk andere beschikbare risicobeoordelingen, waarbij de bovenkant van het onzekerheidsinterval als meest relevant wordt aangehouden.
  3. Ga voor elk van deze infecties na welke verdere kennis nodig is om een betere beoordeling van het risico te kunnen geven en bekijk of er risicofactoren ten aanzien van aspecten zoals wijze van houden bekend zijn.
  4. Voer een verdere risicoanalyse uit indien dit budgettair nog binnen het project past. Indien er onvoldoende budget resteert dan wordt in onderzoeksplan aangegeven hoe dit in vervolgonderzoek geanalyseerd zou kunnen worden.

Onderdeel B:

  1. Maak een inventarisatie van infecties bij paarden waarbij antibioticumresistentie problemen aan de orde (kunnen) zijn.
  2. Beoordeel of deze resistenties direct en indirect een risico vormen voor mensen en of er belangrijke risicofactoren aan te wijzen zijn
  3. Werk voor een of meer van deze infecties een kwalitatieve risicoanalyse uit.

Voor deze stappen is een brede expertise nodig. Daartoe zullen allerlei experts worden geraadpleegd afkomstig van o.a. Faculteit Diergeneeskunde, Gezondheidsdienst voor Dieren, WLR, RIVM en bureau risicoanalyse van NVWA.

Resulaten (beoogd)

Verwachtte resultaten/producten zijn:

  • inventarisatie van relevante infecties met prioritering op basis van het (bekende) risico op basis van een voornamelijk (grove) kwalitatieve analyse 
  • inzicht in risicofactoren 
  • aanbevelingen ten aanzien van verder onderzoek op basis van deze prioritering.

Deze resultaten worden in een rapport gescheiden opgeleverd voor resistentie problematiek en voor voedselgerelateerde risico’s en contactinfectie risico’s.