Directe schade pluimveeketen door fipronilaffaire opgelopen tot 65-75 mln. euro

Nieuws

Directe schade pluimveeketen door fipronilaffaire opgelopen tot 65-75 mln. euro

Gepubliceerd op
31 oktober 2017

Bij het bestrijden van bloedluis in stallen van leghennen is achteraf gebleken dat bij een grote groep bedrijven het verboden middel fipronil is gebruikt. Als gevolg hiervan is eind juli 2017 door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een grote groep bedrijven met pluimvee geblokkeerd. Van deze bedrijven mogen geen kippen, eieren en mest het terrein af. De totale directe schade voor de gehele eierketen door het gebruik van fipronil die nu gekwantificeerd kan worden ligt in de ordegrootte van 65 tot 75 miljoen euro. Daarnaast wordt de directe schade voor de supermarkten geschat op 7 à 8 miljoen euro.

De schade ligt voor circa 35 tot 45 miljoen euro bij de leghennenhouders, voor circa 15 tot 20 miljoen euro bij de eierpakstations, 5 tot 10 miljoen euro bij eiproductenindustrie en circa 2 tot 2,5 miljoen euro bij de broederijen/opfok.

De totale schade is hoger dan de in augustus 2017 geraamde schade omdat nu ook effecten bij de eierpakstations, eiproductenindustrie en broederijen/opfok zijn geraamd. Ook is de schade van de maatregel vroegtijdig doden na ruien gekwantificeerd, omdat deze in de praktijk nu ook wordt toegepast.

Scharrelhen

Het schadebedrag per bedrijf is afhankelijk van het houderijsysteem. In Nederland worden de meeste hennen gehouden als scharrelhen. De gemiddelde schade per volwaardig bedrijf met scharrelhennen varieert van 39.000 euro bij alleen een blokkade, tot 120.000 euro bij blokkade en ruien, 203.000 euro bij blokkade en vroegtijdig doden en 361.000 euro bij blokkade en vroegtijdig doden na ruien. De schade voor een volwaardig bedrijf met vrije uitloop en biologische kippen ligt lager, voor bedrijven met koloniehuisvesting hoger.

De schadebedragen per bedrijf hebben direct invloed op de liquiditeitspositie van de getroffen leghennenbedrijven. Voor de fipronilaffaire beschikten de meerderheid van deze leghennenbedrijven over enige financiƫle reserves. Als gevolg van de economische schade staat de kasstroom in meer of mindere mate onder druk, afhankelijk van de maatregel die het bedrijf heeft genomen. Voor het merendeel van de getroffen bedrijven geldt dat er geen opgebouwde financiƫle buffers meer zijn na het nemen van maatregelen.