Effectieve noodhulp voor de wilde bij

Nieuws

Effectieve noodhulp voor de wilde bij

Gepubliceerd op
12 april 2018

In Nederland dreigt de helft van alle soorten wilde bijen te verdwijnen. Maar liefst 188 van de 358 soorten staan op de Rode Lijst van bedreigde soorten. En ook de zweefvliegen hebben het zwaar.

Deze wilde bijen en zweefvliegen zijn niet alleen belangrijke bestuivers van wilde bloemen, struiken en bomen, maar ook van voedselgewassen. Zo zijn ze verantwoordelijk voor een groot deel van de opbrengst van appels en blauwe bessen, en voor die van peren en aardbeien. Bescherming van de wilde bijen is daarom belangrijk.

Om de teruggang van de wilde bij tegen te gaan, werd afgelopen januari een nieuw actieprogramma gelanceerd, de ‘Nationale Bijenstrategie’. Deze strategie is inmiddels door ruim 50 organisaties ondertekend, en dat aantal groeit nog steeds. Om deze hulptroepen te ondersteunen met praktische kennis over bestuivers, werd de Kennisimpuls Bestuivers in het leven geroepen. Wageningen University & Research werkt hierin samen met Naturalis Biodiversity Center en EIS Kenniscentrum Insecten, in opdracht van het ministerie van LNV.

Bijen zijn er in vele soorten en maten. Naast de bekende honingbij, die door mensen wordt gehouden, zijn er ook veel wilde-bijensoorten, zoals de zandbijen, metselbijen, behangersbijen en hommels. De namen verraden de verschillen al. Zandbijen nestelen graag in open zandige bodems. Metselbijen maken met leem, speeksel en water een soort cement waar ze nesten mee bouwen in holtes. Behangersbijen doen dat ook, maar danken hun naam aan de gewoonte van de vrouwtjes om hun nestcellen te 'behangen' met stukjes blad die ze met hun kaken uit bladeren knippen. Ook hommels behoren tot de familie van de bijen.

Dat zoveel soorten dreigen te verdwijnen komt onder andere doordat ze in het huidige landschap niet genoeg voedsel en nestgelegenheid kunnen vinden. “En het hoeft helemaal niet moeilijk te zijn om daar iets tegen te doen,” zegt Arjen de Groot, ecoloog bij Wageningen Environmental Research, en projectleider van de Kennisimpuls Bestuivers. “Met simpele maatregelen als het inzaaien van bloemen en niet alles tegelijk maaien kun je al veel doen voor wilde bijen. Maar er zijn wel een paar dingen om rekening mee te houden, zodat de maatregelen ook echt iets toevoegen voor onze Nederlandse soorten.”

Voor de bestuiving van voedselgewassen is het bijvoorbeeld belangrijk dat er ook voor en na de bloei van het gewas voldoende voor bijen te eten is. “Verschillende soorten hebben namelijk vaak een eigen voorkeur voor bepaalde bloemen,“ zegt Koos Biesmeijer van Naturalis. “Zaaimengsels die veel exotische tuinplanten bevatten zijn daarom minder nuttig.” Menno Reemer (EIS) vult aan: “Veel wilde bijen vliegen bovendien niet verder dan 150 tot 500 meter tussen hun voedsel en hun nestgelegenheid, wat betekent dat deze op korte afstand van elkaar aanwezig moeten zijn. Dat is nu vaak niet het geval.”

Arjen de Groot: “Er is al heel veel kennis over wat bijen nodig hebben, maar voor mensen die in actie willen komen is die kennis vaak nog te versnipperd en ingewikkeld. In de Kennisimpuls Bestuivers vertalen en bundelen we die kennis voor de specifieke doelgroepen. Zo komt er een handleiding met vuistregels voor het kiezen en inrichten van voor wilde bijen geschikt leefgebied. Daarnaast is er een helpdesk voor vragen over het inrichten, beheren en organiseren van landschappen voor wilde bestuivende insecten.” Ook wordt nauw samengewerkt met zusterproject Kennisimpuls Groene Gewasbescherming. Dit project richt zich op een transitie naar duurzamere gewasbescherming via een herontwerp van teeltsystemen.