Vogelgriep H5N8 Polen, Slowakije, Hongarije, Roemenië en de gevolgen voor Nederland

Nieuws

Vogelgriep H5N8 en de gevolgen voor Nederland

Gepubliceerd op
11 februari 2020

In Polen werd op 30 december 2019 een pluimveebedrijf met kalkoenen getroffen door hoog pathogene vogelgriep, subtype H5N8. Het virus is inmiddels ook aangetoond op andere locaties in Polen en in een aantal andere landen. Minister Schouten heeft per 12 februari 2020 voor heel Nederland een ophokplicht ingesteld voor alle bedrijven die commercieel pluimvee houden. De maatregel werd genomen naar aanleiding van een recente besmetting bij een hobbylocatie in Bretzfeld, Duitsland. In het risicorapport van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) staat dat het risico voor de Nederlandse commerciële pluimveehouderij om besmet te raken op dit moment ingeschaald wordt als laag.

Na Polen is er in inmiddels vogelgriep van hetzelfde subtype aangetroffen in Slowakije bij een hobbyhouder, in Hongarije bij een kalkoenbedrijf, in Roemenië op een legpluimveebedrijf, in Tsjechië bij een pluimveebedrijf, in Duitsland bij een dode kolgans en een hobbyhouder, en in Israël bij een wilde vogel, een havikarend.

Laag risico voor Nederlandse pluimveehouderij

Voor het ministerie van LNV heeft WBVR op 20 januari 2020 het risico op introductie van hoog pathogene vogelgriep in de pluimveesector beoordeeld. De H5N8-infecties in Oost-Europa komen op een moment dat de najaarstrek van de meeste in Noordwest-Europa overwinterende watervogels reeds achter ons ligt. Er zijn momenteel weinig verplaatsingen te verwachten van watervogels vanuit Oost-Europa naar Nederland zolang een omslag naar (streng) winterweer uitblijft. Het risico voor de Nederlandse commerciële pluimveehouderij om besmet te raken met HPAI werd daarom in januari ingeschaald als laag. Er is momenteel geen strenge vorst, en er wordt weinig vogeltrek waargenomen. Toch is het H5N8 virus op 7 februari aangetroffen bij een hobbyhouder in het zuid-westen van Duitsland. Het is onduidelijk of het virus is geïntroduceerd door wilde vogels of door (handels)contacten met besmette regio’s in Oost-Europa.

Ophokplicht in Nederland

Minister Schouten van LNV heeft per 12 februari voor heel Nederland een ophokplicht ingesteld voor alle bedrijven die commercieel pluimvee houden. Dit naar aanleiding van een recente besmetting bij een hobbylocatie in Bretzfeld, Duitsland. De ophokplicht wordt ingesteld om te voorkomen dat bedrijven in Nederland besmet raken door virus uit wilde vogels.

Medio maart komt de deskundigengroep opnieuw bij elkaar om de situatie van dat moment te beoordelen. Mogelijk is dan meer bekend over de route van introductie van het virus bij de Duitse hobbyhouder. Als de situatie dan is genormaliseerd, bijvoorbeeld omdat er geen nieuwe uitbraken zijn geweest, kan de ophokplicht worden ingetrokken.

Extra reiniging pluimveewagens

Er zijn relatief weinig handelscontacten tussen Nederland en Polen. Inmiddels heeft het ministerie van LNV een tweede reiniging en ontsmetting verplicht gesteld bij pluimveewagens die ongeladen terugkeren uit Polen, en zo ook uit recenter getroffen landen.

Meer over verplichte 2e R&O vervoersmiddelen:

Wilde vogels als besmettingsbron

Het is aannemelijk dat het virus in Polen geïntroduceerd is door wilde (trek)vogels. Er zijn ondertussen een aanzienlijk aantal andere pluimveebedrijven besmet geraakt in Polen. Dit kan veroorzaakt zijn door verspreiding van het virus van een besmet pluimveebedrijf naar een volgend bedrijf door mens- en/of materiaalcontacten tussen de bedrijven, maar het kan ook zijn dat deze bedrijven apart besmet zijn (aparte introducties die niets met elkaar te maken hebben) doordat het virus in de buurt van deze bedrijven is gebracht door wilde (trek)vogels. Dit onderscheid is belangrijk omdat de veterinaire autoriteiten en het pluimveebedrijfsleven van een land door hoge biosecurity standaarden zo veel mogelijk tussen-bedrijf verspreiding willen voorkomen. Dat dit mogelijk is, heeft Nederland laten zien in de vogelgriepuitbraken in 2014, 2016 en 2017/2018. Helaas ontbreekt er (nog) detailinformatie om meer te kunnen zeggen wat de meest aannemelijke bron van besmetting is geweest voor deze bedrijven in Polen.

Het is niet ongebruikelijk dat er meldingen komen van dode roofvogels die besmet worden gevonden. Deze aaseters kunnen min of meer als verklikker dienen dat er vogelgriep rondwaard, omdat zij veelal besmet raken door het eten van karkassen van gestorven wilde vogels maar ook van dode kippen op bedrijven die een uitloop hebben.

Migratie van wilde vogels

Wilde vogels migreren in de herfst vanuit de broedgebieden in Siberië naar Europa. Momenteel zijn deze vogels aanwezig op de plaatsen wij zij overwinteren in Europa. Alhoewel er gedurende de winter ook trekbewegingen zijn afhankelijk van de weersomstandigheden, migreren er momenteel weinig vogels van Oost naar West Europa.

Voor pluimveebedrijven is het van belang om extra alert te zijn mogelijke symptomen van vogelgriep, en de hygiënemaatregelen in acht te nemen.