platte oester (Ostrea edulis)

Schelpdierteelt - Hatchery

Activiteit 1: Microbieel management van een schelpdierhatchery

Doelstelling

De existentie van schelpdier broedhuizen wordt volledig bepaald door de economische rendabiliteit. De introductie van innovatieve duurzame technieken die belangrijke besparingen opleveren en de kwaliteit en kwantiteit van geproduceerde dieren bevorderen, spelen een cruciale rol in het voortbestaan van dergelijke ondernemingen.

Het hoofddoel van dit projectonderdeel is de rendabiliteit van een schelpdierhatchery/nursery te verbeteren door de zaadproductie te verhogen dankzij lagere mortaliteit en snellere groei.

Omschrijving:

De mosselsector ligt zwaar onder vuur in Nederland, met name de visserij van mosselzaad in de Waddenzee zou verantwoordelijk zijn voor het verdwijnen van de mosselbanken en de daarmee geassocieerde schelpdieretende vogels. De mosselsector in Zeeland experimenteert dan ook volop met alternatieve methodes om mosselzaad te verkrijgen, zoals met mosselzaadinvanginstallaties (MZI), shelpdierhatcheries en binnendijkse kweek.

Het hoofddoel van deze activiteit is de rentabiliteit van een schelpdierhatchery/nursery te verbeteren door de zaadproductie te verhogen dankzij lagere mortaliteit en snellere groei. Hiervoor wordt gedacht aan het gebruik van probionten en immunostimulanten. Drie belangrijke schelpdieren voor de Nederlandse visserij worden gevolgd: platte oester (Ostrea edulis), mosselen (Mytilus edulis) en kokkels (Cerastoderma edule).   

Het staat bekend dat larven van tweekleppigen zoals oesters, heel gevoelig zijn voor bacteriële infecties. Massale larvale mortaliteit wordt vaak veroorzaakt door bacteria die behoren tot de groep van Vibrios en Aeromonas. Hetzelfde probleem wordt succesvol opgelost in de garnalenkweek door het gebruik van mengels van probionten. Probionten zijn onschadelijke bacteriën die in competitie treden met bacteriële pathogenen voor nutriënten en/of die de groei van de pathogenen verhinderen door enerzijds het water en de ingewanden van de dieren te pre-coloniseren en anderzijds door directe afdoding. Het profylactisch gebruik van probionten biedt een alternatief voor het gebruik van antibiotica in de aquacultuur. Langs de andere kant worden immunostimulanten ook vaak gebruikt in de visteelt en garnalenkweek. Zij stimuleren het natuurlijk niet-specifiek afweermechanisme van de dieren waardoor ze meer resistent worden tegen stress, veroorzaakt bijvoorbeeld door schommelingen in temperatuur of zoutgehalte.

Deze producten die al succesvol gebruikt worden in de visteelt en garnalenkweek zullen uitgetest worden op hun efficiëntie voor bivalven. De aandacht zal vooral gaan naar hun gebruik in de algenkweek en in de larvale kweek.

Het gebruik van probionten en immunostimulanten staat wereldwijd nog in zijn kinderschoenen maar kent een enorme snelle opmars. Vooral in de garnalenkweek wordt er dankbaar gebruik van gemaakt. Het gebruik van probionten in de schelpdiersector is beperkt tot enkele hatcheries die de positieve effecten erkennen zonder echt op te volgen wat er op microbieel vlak echt gebeurt. Deze informatie is echter cruciaal om de techniek nog te verbeteren en eventueel te kunnen aanpassen per schelpdiersoort. Het project hoopt juist deze informatie te bekomen met behulp van hoogtechnologische technieken zoals microbieel fingerprinten.

Probionten:

  1. Identificatie van probionten en commerciële probionten mengsels die zullen getest worden aan de hand van literatuuronderzoek en kennisuitwisseling met Vlaamse en Nederlandse bedrijven.
  2. Screening op kleine schaal van probionten met larven van platte oester, mossel en kokkel.
  3. Testen van geselecteerde probionten in algenkweeksysteem (semi-continu) waarbij de groei en de kwaliteit van de algen nauwgezet worden opgevolgd.
  4. Fingerprinten van microbiële populaties in de succesvolle algenkweeksystemen. Het volgen van de verschuivingen in de microbiële populatie die plaats vinden in het algenmedium, zal de impact van probionten in een algencultuur wetenschappelijk illustreren.
  5. Opvolgen van larvale ontwikkeling bij de 3 geselecteerde schelpdiersoorten waarbij probionten via de algencultuur of rechtstreeks worden toegevoegd. Belangrijke parameters zoals larvale groeisnelheid en overleving na metamorfose zullen gemeten worden. De microbiële fauna in de larven zal ook gefingerprint worden.

Immunostimulanten:

  1. Identificatie van de te testen immunostimulanten door literatuuronderzoek
  2. Effect van geselecteerde immunostimulanten op larvale groei en overleving nagaan
  3. Efficiëntie van immunostimulanten bepalen door challenge tests uit te voeren met larven van de 3 geselecteerde tweekleppigen.

Kosten-baten analyse:

Een kosten-baten analyse zal uitwijzen of probionten en immunostimulanten voldoende voordelen bieden aan de kweker om het gebruik ervan als een duurzame kweekmethode voor schelpdieren te  kunnen introduceren.

Beoogde resultaten:

  1. Identificatie van probionten voor de 3 geselecteerde bivalven soorten
  2. Betere kennis van de wisselwerking tussen microwieren en probionten
  3. Betere kennis van de impact van probionten op larvale ontwikkeling en overleving van tweekleppigen
  4. Identificatie van nuttige immunostimulanten bij de kweek van tweekleppigen
  5. Economische evaluatie van het gebruik van probionten/immunostimulanten in een schelpdierhatchery/nursery   
  6. Publicaties in wetenschappelijke tijdschriften en vakliteratuur