Kenniskring Oesterkweek

De Nederlandse oestersector bestaat uit 30 bedrijven en omvat kwekers, verwerkers en handelaren. Ongeveer een derde van deze bedrijven is oesterkweker. De meesten hiervan zijn betrokken bij de kenniskring oesterkweek. Binnen deze kenniskring werken oesterkwekers en onderzoekers van Wageningen Economic Research en Wageningen Marine Research samen in onderzoeksprojecten die ingaan op de uitdagingen waar de sector voor staat.

Oesterkweek in Nederland: kweken met de natuur

Nederland neemt binnen Europa een relatief bescheiden plek in als het gaat om de productie van oesters. Jaarlijks worden er tussen de 20 en 35 miljoen Japanse oesters en 1 miljoen platte oesters geproduceerd. Ter vergelijking: in Frankrijk worden jaarlijks ongeveer 1,3 miljard oesters geproduceerd. Waarin de Nederlandse oesterkweek verschilt van de Franse is, naast de geproduceerde hoeveelheden, ook in de manier waarop gekweekt wordt. Zo is er in Nederland sprake van een semi-natuurlijke kweek, waarbij jonge oesters op natuurlijke wijze worden ingevangen en verder opgekweekt op de bodem van kweekpercelen in de Kom van de Oosterschelde en in de Grevelingen. In Frankrijk wordt veel gebruik gemaakt van gekweekte jonge oesters die boven de bodem in bakken of zakken gekweekt worden.

Uitdagingen voor de Nederlandse oesterkwekers

De grootste uitdagingen waar de sector voor staat is dat er in de Oosterschelde en Grevelingen de variant OsHV-1 μvar van het oester herpesvirus voorkomt en de Japanse oesterboorder. Het virus heeft vooral een impact op jonge oesters. De precieze sterftepercentages door beide oorzaken zijn onbekend, maar men schat dat op kweekpercelen de gecombineerde sterfte tussen de 95% en 100% ligt. Naast deze natuurlijke uitdagingen zijn er ook vragen rondom coöperatieve samenwerking op het gebied van o.a. marketing t.b.v. de afzet van Zeeuwse oesters.

De gecombineerde impact van de Japanse oesterboorder en het oester herpesvirus zal er waarschijnlijk toe leiden dat de productie van Japanse oesters de komende jaren substantieel zal afnemen, ook bij een eventueel jaar met uitzonderlijk hoge broedval. Daarbij is een jaar met minder opbrengsten een natuurlijk gegeven (de productie fluctueert altijd) en hoort bij het ondernemersrisico, maar omdat er nog geen zicht is op een verbetering in de situatie kan dit betekenen dat enkele oesterkwekers hun kweekactiviteiten tijdelijk of permanent zullen moeten stoppen. Binnen de kenniskring wordt daarom extra ingezet op een actieplan en innovatietrajecten om het tij te keren.

Concreet zal ingezet worden op de volgende thema’s:

1. Het verbeteren van de kweekpercelen door

    • Het verbeteren van het gebruik van de huidige percelen;
    • Het ontwikkelen van alternatieven voor de huidige bodemcultuur.

    2. Het verbreden van het marktaandeel van Zeeuwse oesters

    3. Herintroductie van Platte Oesters (en alternatieve soorten schelpdieren)

      Aanpak en activiteiten op hoofdlijnen

      Om de doelen van de kenniskring te realiseren worden de volgende activiteiten ondernomen:

      • Het opstellen van een actieplan ter verbetering van de huidige oesterpercelen en voorkoming van schade door de Japanse oesterboorder
      • Het ontwikkelen van een marketingplan ter bevordering van de afzet van Zeeuwse oesters

            Leden van de Kenniskring Oesterkweek
            Deelnemer Contactpersoon
            YE 80 José de Koeijer
            YE 60 Aard Cornelisse
            YE 37 Danny Nelis
            YE 155 Markus Wijkhuis
            YE 48 en 148 Jacques Pols
            YE 47 Piet Verwijs
            YE 155 Maurice Boone
            YE 29 Ronald de Vos