Grasteelt

Plant-bodem interacties bij grasteelt

Binnen dit werkpakket wordt er gewerkt aan het verhogen van de grasproductie en duurzaamheid van grasteelt.

Optimalisatie van de graslandproductie (in kwantiteit en kwaliteit) is belangrijk voor de rentabiliteit van een melkveebedrijf. De vraag naar ruwvoeder neemt toe door afschaffing van het melkquotum en daarmee ook de noodzaak om meer ruwvoer van
eigen grond te telen door stijgende grondprijzen. Door de mestwetgeving is het gebruik van meststoffen echter gelimiteerd. Meer ruwvoer van eigen land met minder mest, betekent dat de mest en bodem beter benut moeten worden. De bodemkwaliteit wordt dus weer belangrijk.

Naast mestwetgeving zijn er ook andere maatschappelijke wensen waar de melkveehouderij met grasland aan bijdraagt; weidegang, verbeterde klimaatprestaties en biodiversiteit. Bij graslandmanagement komen al deze zaken samen. Een maximale
grasopbrengst, met een goede voederwaarde, kan alleen behaald worden door optimaal graslandmanagement. Hierbij spelen aspecten als het oogstmoment en/of beweidingsregime, onderhoud grasland (doorzaai en grasland woelen) en soortsamenstelling (grassoorten/typen, klavers) een belangrijke rol. De sterk sturende rol van graswortels op plant-bodem interacties staan centraal. 

Binnen dit werkpakket werken we aan:

  • Effecten van diverse beweidingssystemen en de combinatie met maaien op grasproductie, -voederwaarde, melkproductie, spruitdichtheid, gras morfologie, suiker reserves in stoppel en wortels, wortelmassa en bodemkwaliteit.
  • Het belang van beworteling op organische stofopbouw en vermindering van nutriĆ«nten- en droogtestress.
  • Het identificeren van de oorzaak van de dalende opbrengsten van gras/klaver en de rol van rassenkeuze hierin.