Maisteelt

Plant-bodem interacties bij maïsteelt

Binnen dit werkpakket wordt gewerkt aan optimalisatie van de maïsteelt, zowel op het gebied van de productie als de duurzaamheid.

De huidige continu maïsteelt leidt tot een matige bodemkwaliteit. In combinatie met huidige mestwetgeving met beperkte inzet van (organische) meststoffen leidt dit tot suboptimale opbrengsten. Het wordt daarom steeds belangrijker om de bodemkwaliteit te verbeteren en de beschikbare mineralen uit mest en bodem beter te benutten. Een op de grond afgestemde grondbewerking, een qua tijd en plaatsing gestuurde input van bemesting en het benutten van de verschillen in wortelstucturen tussen rastypen zijn mogelijkheden om de beschikbare mineralen beter te benutten. Correcte inzet van groenbemesters en aanvoer van organische stof draagt bij aan behoud van de bodemkwaliteit en het beperken van de verliezen van mineralen waardoor ze beter beschikbaar blijven/komen voor het gewas.

Goedbodembeheer in combinatie met nieuwe teeltmaatregelen, inzicht in verschillen in efficiëntie tussen rastypen, meer op het gewas gerichte teeltmaatregelen als onkruidbeheersing, ziektepreventie en vochtvoorziening, leidt tot een meer ongestoorde groei en hogere opbrengsten. Er liggen vele kennisvragen op dit thema.

Binnen dit werkpakket werken we aan:

  • Een betere benutting van de aangewende stikstof in de maïsteelt. Daarbij wordt gekeken naar het effect van een meer evenredige plantverdeling op de benutting van stikstof ten opzichte van de standaard rijafstand van 75 cm met en zonder drijfmestrijenbemesting bij twee verschillende rastypen, twee N-bemestingsniveaus en twee plantdichtheden.
  • De optimale combinatie van maïsrastypen en rijafstanden voor een goede ontwikkeling van ondergezaaide groenbemesters.
  • De invloed van grondbewerkingen en aanvoer van organische stof. Daarbij kijken we naar meerjarige effecten op de gewasopbrengsten en -gezondheid en bodemkwaliteit.
  • Reductie van opbrengstverliezen als gevolg van chemische onkruidbestrijding.