Veehouderij en Gezondheid Omwonenden

Wat is de relatie tussen de intensieve veehouderij en gezondheid van omwonenden. Resultaten uit eerder onderzoek laat zien dat omwonenden van veehouderijbedrijven mogelijk blootgesteld worden aan bepaalde stoffen en bacteriën. Deze stoffen kunnen effect hebben op de gezondheid van de omwonenden.


Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voert dit onderzoek samen met Nederlands Instituut voor onderzoek naar de gezondheidszorg (NIVEL), het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Universiteit Utrecht en Wageningen UR, waaronder Central Veterinary Institute (CVI) en Livestock Research uit. 

Dit onderzoek vindt plaats in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Economische Zaken (EZ). Daarnaast wordt dit onderzoek financieel gesteund door een subsidie van het Longfonds (voorheen Astmafonds). De ministeries van VWS en EZ hebben een klankbordgroep samengesteld met daarin onder andere vertegenwoordigers van gemeentes en provincies, GGDen, huisartsen, dierenartsen, veehouderijsector, patiëntenorganisaties en maatschappelijke organisaties.


Relatie tussen veehouderij en gezondheid

Dit nieuwe onderzoek is een vervolg op eerder onderzoek tussen 2009 en 2011. Dit was een oriënterend onderzoek dat zich richtte op de relatie tussen de intensieve veehouderij en de gezondheid van de omwonenden. Hieruit kwam naar voren dat omwonenden mogelijk potentieel  worden blootgesteld aan fijnstof, bepaalde micro-organismen en endotoxinen. Deze stoffen kunnen op korte afstand van veehouderijbedrijven mogelijk effect hebben op voornamelijk de luchtwegen van de omwonenden.

Focus op luchtwegen

In deze vervolgstudie zullen er meer gegevens verzameld worden over de verspreiding van bepaalde micro-organismen die in de veehouderij voorkomen. Daarnaast zal vastgesteld worden welke ziekteverwekkers op en rond de verschillende veehouderijen aanwezig zijn en welke infecties mensen in de omgeving van de veehouderijbedrijven hebben doorgemaakt. Hierbij zal de focus liggen op aandoeningen van luchtwegen, allergieën, dragerschap van antibiotica-resistente bacteriën en serologische responsen tegen micro-organismen die in de veehouderij voorkomen.