Longread

Terug naar de roots van het Nederlandse voedselsysteem: van meer naar beter

Hoe ziet een regeneratief en gezond voedselsysteem in 2050 eruit? Dat was de uitdaging voor de deelnemers van de Food Systems Vision Prize, uitgeschreven door de Rockefeller Foundation. Een team van boeren, vertegenwoordigers van milieu- en landbouworganisaties en wetenshappers van Wageningen Universiteit, geleid door Imke de Boer (hoogleraar Dierlijke Productiesystemen) en Evelien de Olde (Onderzoeker Dierlijke Productiesystemen) presenteren hier hun voedselvisie voor Nederland, evenals de veranderingen die nodig zijn om daar te komen.

Het team:

Imke de Boer (WUR), Evelien de Olde (WUR), Ruud Zanders (Kipster), Annechien ten Have-Mellema (Hamletz), Jeroen Candel (WUR), Boy Griffioen (De Groene Griffioen), Kawire Gosselink (WUR), Annette Harberink (Keizersrande), Klarien Klingen (de Wilde Peen), Joris Lohman (Food Hub), Katrien Termeer (WUR), Frits van der Schans (CLM), Geert van der Veer (Herenboeren), Piet van IJzendoorn (Zonnehoeve)

Lees hun visie in deze longread.

‘Onze inclusieve kijk op voedsel is gebaseerd op gezonde agro-ecosystemen die gezonde producten leveren, en is geworteld in lokale sociaaleconomische omstandigheden,’ zegt Imke de Boer. ‘We nemen een kijkje in zes unieke Nederlandse gebieden met heel verschillende agro-ecologische en sociaaleconomische omstandigheden, en beschrijven hoe ons ideale voedselsysteem er over dertig jaar uitziet in elk van die gebieden (zie de afbeelding hieronder). Elk gebied komt in detail aan bod, en is onderdeel van één verhaal, waarin we diverse thema’s, zoals milieu, technologie, gezond eten, politiek, cultuur en economie, de revue laten passeren. We hopen dat het een inspiratiebron is voor de lezer!’

Rerooting the Dutch Food System_NL.jpg

1. Beheerders van onze akkerlanden

We beginnen onze reis in de provincie Flevoland, een regio waar voedselproductie, natuurbehoud en duurzaam leven hand in hand gaan. Een gezonde bodem is een van de fundamenten van ons toekomstige voedselsysteem, en dat zien we hier terug bij de beheerders die hun akkerland verantwoord bebouwen en onderhouden (zie Beheerders van onze Akkerlanden), en er de gewassen verbouwen die wij consumeren. Op het land staan allerlei gewassen naast en door elkaar heen. Teeltsystemen zoals stroken- of mozaïekteelt en voedselbossen zijn de norm geworden. Zo halen de boeren het beste uit de waardevolle bodem en wordt de biodiversiteit bevorderd. Het telen van meerdere robuuste gewassen naast elkaar op een veld leidt tot een betere oogst en een effectiever gebruik van nutriënten en water dan monoculturen. Ook verspreiden ziekten en plagen zich minder snel. Vlinderbloemigen zijn een onmisbare gewasgroep bij deze mengteelten. De diverse gewassen vormen een uitgebreider wortelstelsel en het bodemleven vaart er wel bij. Daardoor kunnen de planten de nutriënten uit de bodem beter benutten, en dat levert gezondere gewassen en een betere bodemvruchtbaarheid op.

Waar biodiversiteit gedijt

De boeren beschermen waardevolle organismen in de bodem en daarboven (zoals bestuivers) door hun akkers niet meer te bespuiten met chemische gewasbeschermingsmiddelen, en door hun landbouwgronden te omgeven met kenmerkende stukken inheemse vegetatie, zoals heggen, houtwallen of akkerranden. Daardoor heeft de biodiversiteit een boost gekregen, niet alleen in natuurgebieden maar ook in de gebieden met natuurinclusieve landbouw gericht op de voedselproductie. Er is nu volop diversiteit: in het bodemleven en plant- en diersoorten, maar ook in landbouwsystemen en landschappen. Zo'n diversiteit op meerdere niveaus levert een grote verscheidenheid aan ecosysteemdiensten op. Denk bijvoorbeeld aan de nutriëntenkringlopen, vasthouden en zuiveren van water, koolstofopslag en de voorziening van biodiversiteit en habitatfuncties. Ook is ons voedselsysteem hierdoor beter bestand tegen schokken en stressfactoren zoals klimaatverandering, ziekten en plagen.

Natuur ondersteund met technologie

In 2050 wordt technologie ingezet om met de natuur samen te werken en regeneratieve landbouw te ondersteunen. Onze beheerders maken slim gebruik van kleinschalige robots om verschillende gewassen op het akkerland te monitoren en te oogsten, en om onkruid te bestrijden. Het is erg indrukwekkend om te zien hoe dronebeelden van de akkers worden gecombineerd met bodemscans om de groei van de gewassen beter te ondersteunen met de juiste voeding, zodat er zo min mogelijk nutriënten verloren gaan via de lucht, het water en de bodem.

Akkerland voor voedselproductie

Vruchtbaar akkerland wordt niet meer gebruikt om diervoeder te verbouwen. Vroeger leverde dat weliswaar meer dierlijke productie op, maar tegenwoordig beschouwen we het als onethisch om hoogwaardig voedsel dat geschikt is voor mensen aan dieren te voeren. Wij eten zelf nu grotendeels plantaardig. Om te proeven hoe lekker en voedzaam plantaardig voedsel is, organiseren Nederlandse koks regelmatig culinaire evenementen op de akkerbouwbedrijven voor de lokale gemeenschap.

We verspillen met z’n allen 80 procent minder voedsel, en we gebruiken de waardevolle nutriënten uit onze eigen uitwerpselen om de bodem te verrijken.

In 2050 is de eiwitinname van de gemiddelde Nederlander voor twee derde afkomstig uit planten en voor een derde uit dierlijke producten. Meer plantaardig eten is niet alleen beter voor de mens maar ook voor de planeet. Tijdens het maken en eten van plantaardig voedsel ontstaan er verschillende reststromen die voor een deel niet geschikt zijn voor menselijke consumptie of onvermijdbaar zijn. Het maken van bijvoorbeeld brood is onlosmakelijk verbonden met de productie van stro en kaf (reststromen van graanproductie), tarwevliesjes, zemelen en tarwekiemen (reststromen van bloemproductie), en broodafval. Ook produceren mensen uitwerpselen met waardevolle nutriënten.

Een van de hoofddoelen voor 2050 is dat er aanzienlijk minder reststromen worden geproduceerd zoals tarwegries en voedselafval, die in principe eetbaar zijn voor mensen. De productie van tarwegries kan bijvoorbeeld worden voorkomen door volkorenbrood te eten in plaats van witbrood. We verspillen met z’n allen 80 procent minder voedsel, en we gebruiken de waardevolle nutriënten uit onze eigen uitwerpselen om de bodem te verrijken. Er zijn ook reststromen die we niet kunnen vermijden of zelf kunnen opeten, en die niet nodig zijn om de bodemvruchtbaarheid te herstellen of te behouden. Die voeren we aan de dieren die ook nog op kleine schaal gehouden worden, onder andere kweekvissen en -insecten. Zij zetten deze bijproducten weer om in hoogwaardig voedsel en mest. Een voedselsysteem waarin waardevolle nutriënten circuleren vanuit bodem, het water en de atmosfeer via gewassen, dieren en mensen, en weer terug, binnen en tussen bedrijven en gebieden, is de nieuwe norm.

Stewards of our Arable Land 2_NL.jpg

2. Steden en hun Achterland

Plantaardig voedsel uit akkerbouwgebieden zoals Flevoland (zie Beheerders van onze Akkerlanden) wordt in 2050 vervoerd naar nabijgelegen steden zoals Amsterdam (zie Steden en hun Achterland), terwijl de waardevolle nutriënten uit menselijke uitwerpselen weer terug gaan naar het land. Zulke regionale nutriëntenkringlopen zijn van cruciaal belang. Hoewel er allerlei nieuwe vormen van landbouw in en rondom de stad te vinden zijn, zoals het telen van voedsel op daken, in moestuinen of in voedselbossen, zullen dichtbevolkte stedelijke gebieden voor hun voedselvoorziening afhankelijk blijven van het achterland.

Groene steden

Landbouw in en rondom dichtbevolkte stedelijke gebieden biedt echter wel essentiële educatieve en maatschappelijke voordelen. Een klein beetje ruimte op het dak, een moestuintje, wat potjes met kruiden op het balkon, een verticale tuin met eetbare gewassen, een middag besteden aan het oogsten in een nabijgelegen voedselbos of een ritje op de fiets naar de lokale melkveehouder om kaas te kopen en onderweg te genieten van het landschap en de weidevogels. Het lijkt heel gewoon, maar toch zijn zulke ervaringen waardevol. Consumenten worden zich zo bewuster van de seizoensgebonden voedselproductie en komen er meer over te weten. Er ontstaat verbondenheid tussen consumenten, producenten en de natuur en zulke ervaringen dragen bij aan de ontwikkeling van een gemeenschap en een gezond, aangenaam leven. In onze groene steden zijn overal bomen, parken, verticale tuinen, volkstuinen en groentetuintjes op daken te vinden. Dit groen helpt om ons koel te houden bij almaar stijgende temperaturen en draagt bij aan een mooi en divers landschapsontwerp.

Het recyclen van nutriënten

De steden blijven ondanks alle stadslandbouw wel hotspots in de nutriëntenkringloop. Nutriënten worden aangevoerd in voedsel en afgevoerd in onze uitwerpselen en niet te vermijden voedselafval. Anno 2020 gaat bijvoorbeeld een groot deel van de fosfor in ons voedselsysteem verloren omdat we menselijke uitwerpselen niet benutten. Nu zijn we nog afhankelijk van fosfor uit fosfaatgesteente, een bron die eindig is en dit is niet duurzaam. De nutriënten afkomstig uit steden moeten worden teruggebracht naar het achterland, om het land te bemesten (humane uitwerpselen) of om dieren te voeren (bv. voedselafval).

Consumentencoöperaties zetten massaal in op afvalscheidingssystemen om zoveel mogelijk huishoudelijk afval te recyclen door plantaardig en dierlijk afval apart te verwerken.

In 2050 worden menselijke uitwerpselen gezien als waardevolle grondstof in plaats van afval. In wijken door het hele land worden slimme toiletten gebruikt die water besparen en/of urine en uitwerpselen scheiden. Met technologieën zoals het strippen van ammonia, struvietprecipitatie en biologische afbraaktechnieken worden op een veilige manier nutriënten gewonnen uit onze uitwerpselen. Het toilet wordt niet meer doorgespoeld met drinkwater. We maken gebruik van regenwater of slimme waterwinningssystemen waarmee wel 95 procent van het douche- of badwater wordt gerecycled voor gebruik in toiletten, wasmachines of om de tuin te besproeien.

Consumentencoöperaties zetten massaal in op afvalscheidingssystemen om zoveel mogelijk huishoudelijk afval te recyclen door plantaardig en dierlijk afval apart te verwerken. Plantaardig voedselafval kan direct worden gevoerd aan landbouwdieren. Dierlijk voedselafval moet je echter eerst verhitten om mogelijke ziektes te voorkomen, en wordt daarna enkel aan varkens, pluimvee, vissen en insecten gevoerd.

Cities and their Hinterland_NL.jpg

Landbouwdieren, waaronder kweekvissen en -insecten, worden in 2050 alleen maar gevoerd met reststromen die niet te vermijden zijn en oneetbaar zijn voor onszelf, zoals voedselafval, en met biomassa van graslanden. Op deze manier brengen dieren waardevolle nutriënten in de voedselkringloop die anders niet voor de mens beschikbaar zouden zijn. Niet te vermijden voedselafval uit steden kunnen we aan varkens voeren, omdat die bijna alles lusten wat wij ook eten. Legkippen en kweekvissen kunnen we voeren met restproducten uit de voedselverwerkingsindustrie, zoals afval uit bakkerijen, slachtafval en insecten die op mest worden gekweekt. Koeien, schapen en geiten eten alles wat groeit en bloeit op kruidenrijke graslanden.

Het gebruik van grasland

In 2050 is niet alle biomassa van graslanden beschikbaar als veevoer. Daarmee zouden we deze grond immers niet meer op een andere manier kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor natuurontwikkeling of herbebossing, en dat heeft over het algemeen de voorkeur om de biodiversiteit te stimuleren en klimaatverandering tegen te gaan. Een deel van de graslanden in Nederland is daarom veranderd in moerasgebied of bos om koolstof vast te leggen, en om klimaatverandering tegen te gaan. De grondwaterspiegel in veengebieden ligt hoger. Daardoor groeit er minder gras, maar het leidt tot behoud van koolstof in de bodem, en weidevogels zoals de grutto vinden er een natuurlijke habitat. Over 30 jaar houden melkveehouders in deze gebieden kleinere, lichtere rassen zoals de Jersey-koe (zie Steden en hun Achterland). Deze herkauwers produceren niet alleen melk, vlees en zuivel, maar spelen ook een belangrijke rol in de bescherming van de natuur en het landschap. De inkomsten van deze bedrijven zijn dus afkomstig uit een combinatie van zuivel- en vleesproductie en natuur- en landschapsbeheer. Melkveehouders in veengebieden verdienen hun brood door het verkopen van zuivel en vlees met meerwaarde voor de natuur en het landschap in hun eigen winkel of aan nabijgelegen steden. Daarnaast dragen ze bij aan het behoud van de natuur en het veenlandschap.

Dierlijk voedsel zal een kleiner maar zeer gewaardeerd onderdeel zijn van ons dieet.

Landbouwhuisdieren kunnen bijdragen aan een circulair voedselsysteem

Er worden in 2050 minder landbouwdieren gehouden dan nu het geval is. Tegen die tijd is dit aantal, en dus ook de productie en consumptie van dierlijke producten, afhankelijk van de beschikbaarheid van voor mensen niet-eetbare reststromen en biomassa van graslanden, en van de draagkracht van onze ecosystemen. Eerste schattingen laten zien dan wanneer we dieren enkel voeren met reststromen en gras, we in ongeveer een derde van onze dagelijkse eiwitbehoefte kunnen voorzien met dierlijk voedsel. Dieren benutten nutriënten uit voor mensen oneetbare biomassa en dragen zo bij aan de voedselkringloop. De consumptie van dierlijke producten moet dan wel halveren ten opzichte van 2020. Dierlijk voedsel zal een kleiner maar zeer gewaardeerd onderdeel zijn van ons dieet (in elk geval voor niet-vegetariërs).

Veehouderij met zorg

Dit wordt ook een tijd waarin wij volledig onze verantwoordelijk nemen voor landbouwdieren, zodat elk dier dat in Nederland wordt gehouden een goed leven heeft. Hun huisvesting is afgestemd op de dieren zelf. We negeren hun behoeften niet langer, maar zorgen juist dat ze een gezond en fijn leven hebben en gedrag kunnen vertonen dat bij hun soort past. Dit betekent dat alle dieren toegang hebben tot voldoende en geschikt voer en drinken, in een prettig klimaat leven en een veilige, comfortabele rustplek hebben. Verder leven ze in sociaal stabiele groepen, kunnen ze hun gedrag afstemmen op soortgenoten en kunnen ze foerageren en exploreren. Herkauwers grazen, varkens wroeten in de grond en kippen scharrelen naar hartenlust rond. De gezondheid, het gedrag en de mentale staat van individuele dieren worden met niet-invasieve sensoren gemonitord om hun welzijn te garanderen en te verbeteren.

Een gezond, duurzaam en divers dieet

In 2050 consumeren we niet alleen aanzienlijk minder dierlijke producten, maar is de diversiteit aan voedselproducten ook toegenomen. Mensen die nog dierlijke producten consumeren, zijn zich ervan bewust dat het onethisch is om niet alle delen van het dier te gebruiken, van de hersenen tot de huid. Onze circulaire chefs weten precies hoe je voedsel optimaal gebruikt zonder iets te verspillen en zij hebben ons geleerd om alle delen van het dier te eten. De recepten verleiden ons om ook van minder populaire producten te genieten omdat ze duurzaam zijn, zoals insecten, zeekool, Nieuw-Zeelandse spinazie (overigens niet verwant aan spinazie en uiteraard gewoon hier geteeld) en schorseneren. Een toenemend aantal consumenten eet geen vlees om ethische redenen. Ze weten hoe ze een gevarieerd dieet moeten samenstellen en gebruiken indien nodig voedingssupplementen en verrijkte levensmiddelen om aan hun vitaminen- en mineralenbehoeften te voldoen.

Gezond en duurzaam voedsel is aansprekend, gewoon en makkelijk verkrijgbaar.

Het merendeel van de mensen in 2050 eet gezond en duurzaam, en dat komt voornamelijk omdat we onze voedselomgeving hebben aangepast. Gezond en duurzaam voedsel is aansprekend, gewoon en makkelijk verkrijgbaar. Consumenten weten daarnaast dat plantaardig voedsel lekker en betaalbaar is, en daardoor wordt het aantrekkelijk. Overheerlijk veganistisch en vegetarisch voedsel is de norm in supermarkten, restaurants, bij cateraars en in de kantines van scholen en universiteiten. Verder worden consumenten aangemoedigd om voor het juiste voedsel te kiezen met campagnes en slogans als 'vlees eens per week', 'rood vlees voor bijzondere dagen', 'vis op vrijdag, ‘geen biefstuk maar bonen’ en 'fruit is fantastisch'.

Mensen worden ondersteund bij hun dieetplanning en voedselbereiding door influencers en prominente chefs met heerlijke recepten die ook nog eens circulair en duurzaam zijn. Consumenten gebruiken een filter voor 'gezonde en duurzame' opties in hun boodschappenapps en kunnen zich aanmelden voor speciaal op hen afgestemde tips en aanbevolen vervangende producten. Deze apps en tips op maat helpen om ongezonde snacks en lege calorieën te vermijden. Dit werkt nog beter omdat de overheid een verbod heeft ingevoerd op reclame voor snacks, frisdranken en andere soorten voedsel en dranken die grotendeels uit lege calorieën bestaan. De hits waar wij naar luisteren, komen niet meer uit een reclamespotje voor cola.

In 2050 eten mensen weer als vanouds samen met elkaar aan tafel en nemen ze de tijd om met elkaar te praten en te genieten van elkaars gezelschap. Ze hebben ook nieuwe waardering gevonden voor voedsel, gezondere maaltijden en omarmen een actieve levensstijl. Door de ontwikkeling van blockchaintechnologie kunnen we de weg volgen die ons voedsel aflegt en zijn systemen voor certificatie en traceerbaarheid volkomen anders geworden. Burgers zijn zo meer betrokken bij de productie van voedsel. Ze genieten volop van de grote diversiteit aan regionale producten en ze zijn bereid om een eerlijke prijs te betalen voor wat ze eten.

Stewards of our Riverscapes_NL.jpg

3. Beheerders van onze Rivierlandschappen

Om de laaggelegen Nederlandse gebieden te beschermen tegen overstromingen, geven we de grote rivieren de ruimte. Grazend vee vervult bij de rivieren een belangrijke rol voor gezonde en regeneratieve voedsellandschappen. In de uiterwaarden langs de grote rivieren, zoals de IJssel, wordt traditioneel Maas-Rijn-IJsselvee gehouden. Niet alleen om voedsel te produceren maar ook om overstromingen tegen te gaan en het landschap te behouden (zie Beheerders van onze Rivierlandschappen). De overheid betaalt veehouders om hun dieren in de uiterwaarden langs de rivieren te laten grazen. Zo blijft het gras kort en vindt het water bij een hoge rivierstand zijn weg naar deze gebieden, waarmee overstromingen worden voorkomen. Ook blijft het prachtige landschap, vrij toegankelijk voor wandelaars en natuurliefhebbers, intact. We produceren niet langer zo veel mogelijk voedsel tegen een zo laag mogelijke prijs, maar kiezen voor een eerlijke productie, consumptie en verdeling van hoogwaardig voedsel. Daarnaast hebben we oog voor het belang van biodiversiteit en landschapsbeheer via ecosysteemdiensten, zoals het tegengaan van overstromingen.

4. Het Nederlandse kustgebied

De steeds verder toenemende temperatuur leidt niet alleen tot meer vraag naar waterberging en -opslag, maar ook tot een stijging van de zeespiegel. In 2050 is veel van het land achter de Nederlandse kust verzilt (zie Het Nederlandse Kustgebied). In deze gebieden vinden we dan mengteelten met zouttolerante, robuuste gewassen zoals zeekool, zeekraal en rode bieten. Naast teelt van gewassen op land wordt er ook voedsel uit zoet- en zoutwater geoogst.

The Dutch Coastal Area_NL.jpg

Een tweede fundament voor ons gezonde en regeneratieve voedselsysteem is een gezond aquatisch ecosysteem. We eten voedsel uit alle trofische niveaus in onze aquatisch ecosystemen (niet alleen carnivore vissoorten zoals zalm), elk in verhouding tot het natuurlijke productiepotentieel. Ook consumeren we de vis en zeevruchten die we vangen uit onze oceanen of op land kweken zelf, en voeren deze niet aan onze kweekvis. In 2050 bestaat het voer van kweekvis alleen uit bijproducten van de verwerking en de slacht van waterorganismen die niet eetbaar zijn voor ons. Langs de Nederlandse kust worden in geïntegreerde, multitrofe aquacultuursystemen onder andere mosselen, zeewier, wormen en krabben gekweekt. Met deze geïntegreerde aquacultuursystemen kunnen we nutriënten uit landbouwgrond die anders verloren zouden gaan, terugbrengen in het voedselsysteem. De beschikbaarheid van nutriënten vormt de beperkende factor bij deze geïntegreerde aquacultuursystemen.

5. Multifunctionele Beschermde Mariene Gebieden

In 2050 produceren we ook windenergie in beschermde mariene gebieden. Met complexe betonnen constructies tussen de windturbines hebben we de biodiversiteit in deze aquatische gebieden weten te herstellen. Vooral op de zeebodem levende schelpdieren, zoals mosselen en oesters, krabben, kreeften en rifvissen hebben weer een natuurlijke habitat (zie Multifunctionele Beschermde Mariene Gebieden). Fossiele brandstoffen zijn niet meer nodig, aangezien we al onze energie winnen uit duurzame bronnen zoals de zon, wind, stromend water en aardwarmte. Biomassa wordt voornamelijk gebruikt voor voedselproductie en andere basisbehoeften van de mens, zoals kleding en woningbouw (houten huizen en meubels). Op alle daken die we niet gebruiken voor voedselproductie of groenvoorziening, liggen zonnepanelen.

Multifunctional Marine Protected Areas_NL.jpg

6. Gemeenschap van 'Prosumenten'

Niet alleen de manier waarop we voedsel produceren en consumeren, maar ook het besturen van voedselsystemen is veranderd en democratischer geworden in 2050. Burgers organiseren zichzelf op nieuwe manieren. Ze zetten vormen van energie- en voedseldemocratie op door deel te nemen aan voedselraden waarin collectief besluiten worden genomen over de lokale voedselomgeving. Ook hebben we een nationale voedselraad die het parlement en het nieuwe ministerie van Voedsel en Gezondheid adviseert over beleidsveranderingen om de duurzaamheid en gezonde output van het voedselsysteem te verbeteren.

Burgers hebben nieuwe belangen en beslissen actief mee over de toekomst van de voedselproductie.

Deze nieuwe initiatieven voor voedseldemocratie worden aangevuld met nieuwe vormen van eigendom in de voedselketen. De tweedeling tussen producenten en consumenten behoort in 2050 tot het verleden, en burgers hebben nieuwe belangen en beslissen actief mee over de toekomst van de voedselproductie. In verschillende soorten landbouwgemeenschappen beslissen consumenten en producenten gezamenlijk over de manier waarop hun voedsel wordt geproduceerd.

Steeds meer burgers nemen deel aan gemeenschapslandbouw door een aandeel van een boerderij te kopen en in ruil daarvoor een deel van de oogst te ontvangen. In deze landbouwgemeenschappen zijn ongeveer tweehonderd gezinnen aandeelhouder van een boerderij, en zij nemen een boer in dienst om voedsel voor hen te produceren. In samenwerking met de boer bepalen ze welke gewassen er worden verbouwd en welke dieren er worden gehouden. Ook nemen ze gezamenlijk de risico's voor de voedselproductie op zich (weersomstandigheden, ziekten en plagen), zodat de boer zulke risico's niet alleen hoeft te dragen. Ze noemen zichzelf toepasselijk 'prosumenten' (samentrekking van producenten en consumenten; zie Gemeenschap van 'Prosumenten').

Sommige gezinnen wonen zelfs in de buurt van de boerderij en delen een elektrische auto of andere faciliteiten. De mensen in deze gemeenschappen zijn bewuste consumenten. Groot en klein weet hoe hun voedsel wordt geproduceerd, produceert minder afval en eet gezonder. Door dit type landbouw kunnen we ook meer tijd doorbrengen met familie en vrienden op de boerderij. Er ontstaat door al deze ervaringen nieuw respect voor het leven van mensen, voor dieren en voor de aarde (en de materialen die daarvan afkomstig zijn).

Community of 'Prosumers'_NL.jpg

Het sociale fundament

Deze mechanismen worden gestimuleerd door het sociale fundament dat de Nederlandse politiek in samenwerking met de EU heeft ingericht. Het sociale fundament definieert het voedselsysteem dat we als samenleving voor ogen hebben. Zo heeft ieder mens recht op gezond voedsel, een eerlijk inkomen en goede en veilige arbeidsomstandigheden. In 2050 zijn ook de rechten voor het dier opgenomen in dit sociale fundament (recht op gezondheid, welzijn en de mogelijkheid om soortspecifiek gedrag te vertonen). Er zijn milieuplafonds om te voorkomen dat we het milieu samen te veel belasten. In combinatie met het sociale fundament geeft dit een veilige en eerlijke handelingsruimte voor ons voedselsysteem waarin het welzijn van mens, dier en aarde wordt gewaarborgd.

Duidelijkheid ten aanzien van deze handelingsruimte en de bijbehorende lange termijn doelstellingen geeft aan alle actoren in ons voedselsysteem de mogelijkheid weloverwogen besluiten te nemen en betekenisvolle investeringen te doen. We erkennen die grenzen van onze handelingsruimte en voelen ons weer verbonden met de voedselproductie. Zo hebben we buitensporige consumptie en verspilling van voedsel en materialen weten te vervangen door een bewuste vorm van consumeren. Daarnaast hebben materialen en goederen die we nog steeds verbruiken een paspoort, zodat ze waar nodig kunnen worden vervangen of hergebruikt voor andere doeleinden. Ook zijn boerderijen en landbouwmachines modulair van opzet, zodat ze flexibel kunnen worden ingezet en worden hergebruikt. We hoeven kostbare grondstoffen zoals metalen niet meer op te graven.


Een fundamentale verandering

Wat in 2020 begon met radicale ideeën van enkele spelers die actief zijn binnen het voedselsysteem is in 2050 uitgegroeid tot een fundamentele verschuiving naar een gezond en regeneratief voedselsysteem (zie de onderstaande illustratie met daarin onze hoofddoelen voor de veranderingen in ons voedselsysteem).

Een voedselsysteem dat gericht is op voedsel met meerwaarde is positief voor mens, dier en aarde.

Binnen de veilige en eerlijke handelingsruimte hebben alle actoren van het voedselsysteem het samen voor het zeggen. Ze handelen op basis van een inclusief marktsysteem met oog voor de waarde van onze ‘commons’, zoals frisse lucht, schoon water, een gezonde bodem en diverse diersoorten en landschappen. In 2050 maken we allemaal gebruik van een breed scala aan indicatoren om te bepalen wat belangrijk is voor onze maatschappij en de aarde. We gebruiken het 'nationaal maatschappelijk product', een meer volledige maat voor voedselsysteem- en ecosysteemdiensten dan het huidige bruto nationaal product. Hieraan is duidelijk te zien dat het positief is voor mens, dier en aarde als ons voedselsysteem is gericht op voedsel met meerwaarde.

Praatplaat_Dutchfood2050_v5_NL.jpg

Een gezamenlijke aanpak

Om deze overstap naar een veilig en eerlijk voedselsysteem te maken, heeft de Nederlandse overheid verschillende hoofddoelen uitgezet en bereikt in 2050. Er is een duidelijke, uitgebreide nationale voedselstrategie aan de hand waarvan alle beleidsinspanningen worden ingericht. Lokale gemeenten spelen ook een onmisbare rol: zij creëren een gezonde voedselomgeving, stimuleren innovatieve methoden, versterken de voedseldemocratie en organiseren leerzame activiteiten. Internationale vraagstukken worden aangepakt op zowel een Europees als wereldwijd niveau, en gevestigde instanties zijn getransformeerd zodat ze inclusieve besluiten nemen zonder oeverloze bureaucratie. Het bedrijfsleven maakt gebruik van geavanceerde vormen van maatschappelijk verantwoord ondernemen en publiceert integrale duurzaamheidsrapportages om verantwoording af te leggen aan alle actoren.

Zulke fundamentele verschuivingen in ons voedselsysteem zouden niet mogelijk zijn zonder de energie en bevlogenheid van de vele actoren.
Imke de Boer

Om onze voedselsystemen te bewegen richting dit toekomstbeeld is de inzet van vele actoren nodig, zoals boeren, de voedselindustrie, winkeliers, financiële organisaties en consumenten. De markt en de maatschappij zullen talrijke initiatieven moeten ontplooien, wil onze visie waarheid worden. Maar zulke initiatieven komen er pas als de overheid verantwoordelijkheid neemt en aan de hand van moedige besluiten een veilige en eerlijke handelingsruimte definieert voor onze activiteiten, waaronder het voedselsysteem. We produceren en consumeren ons voedsel zonder de grenzen van de planeet te overschrijden, en met respect voor de basisrechten van mens en dier.

Zulke fundamentele verschuivingen in ons voedselsysteem zouden niet mogelijk zijn zonder de energie en bevlogenheid van de vele actoren. We zijn teruggegaan naar de roots (onze gezonde agro-ecosystemen en ons samenwerkingsvermogen), en zo is het ons samen gelukt om een gezond en regeneratief voedselsysteem te creëren in Nederland.