Nieuws

De plantenjagers uit Wageningen

Gepubliceerd op
22 maart 2022

Al eeuwenlang worden wilde planten verzameld om de genetische variatie van gewassen veilig te stellen en beschikbaar te maken voor onderzoek en veredeling. Wie was Vavilov, een van de eerste plantenjagers? En hoe verzamelen de plantenjagers van het CGN tegenwoordig gewassen?

Vavilov, de plantenjager uit Leningrad

De Russische plantkundige en geneticus Nicolai Ivanovich Vavilov (1887-1943) was één van de eerste wetenschappers die het belang erkende van het verzamelen van genetische bronnen om plantgewassen te verbeteren. Hij identificeerde de belangrijkste gebieden in de wereld waar de oorsprong ligt van hedendaagse voedselgewassen. Vavilov voerde vele verzamelmissies uit naar deze ‘centra van origine’ en stelde talloze genetische bronnen veilig in de genenbank in Sint Petersburg. Vavilov’s baanbrekende ideeën vormden de basis voor het opzetten van genenbanken wereldwijd en het Russische Vavilov-instituut is uitgegroeid tot een van de oudste en grootste genenbanken ter wereld.

De recent verschenen roman ‘De plantenjager uit Leningrad’ van Louise Fresco beschrijft prachtig het levensverhaal van Vavilov. Het is vooral erg indrukwekkend om te lezen over het doorzettingsvermogen van Vavilov tijdens zijn verzamelmissies. De ontberingen die Vavilov bereid was te doorstaan zijn niet mals. Zo beschrijft Fresco hoe Vavilov te paard over smalle paadjes langs diepe ravijnen manoeuvreert, en soms ternauwernood kon voorkomen dat hij naar beneden stortte. En dat alles om dat ene zaadmonstertje drie bergruggen verderop te kunnen veiligstellen voor de toekomst! Vavilov stierf in 1943 in een gevangenis omdat hij zich verzette tegen de pseudowetenschap die beter paste in het Stalinistisch wereldbeeld. Een martelaar van de wetenschap en een belangrijk voorbeeld voor de huidige tijd.

CGN-verzamelmissies

Ook de medewerkers van het CGN werken gepassioneerd aan het verzamelen, veiligstellen en beschikbaar maken van plantgenetische bronnen. Net als Vavilov organiseert het CGN regelmatig verzamelmissies naar het centrum van origine van een specifiek gewas, bijvoorbeeld spinazie in Centraal-Azië, prei in Griekenland, of sla in het Midden-Oosten. Het CGN doet dit niet alleen, maar in samenwerking met lokale genenbanken, met sponsoring van veredelingsbedrijven en met toestemming van de lokale autoriteiten.

Al vele jaren is Chris Kik de drijvende kracht achter het organiseren en uitvoeren van de CGN-verzamelmissies. Tijdens verzamelmissies gaat een medewerker de natuur in om per plant een apart envelopje te vullen met zaad. De lokale omstandigheden worden nauwkeurig gedocumenteerd met foto’s en een verzamelformulier. Een goede voorbereiding en de kennis van lokale plantendeskundigen is onontbeerlijk, anders is het zo goed als onmogelijk om te weten waar de planten precies staan en wanneer de zaden rijp zijn. Desondanks is het niet uitzonderlijk om uren te moeten zoeken in de brandende zon bij 35°C. Ondanks de gemakken van de 21e eeuw, zoals 4WD’s en internet, blijft het verzamelen zwaar werk.

Chris Kik op jacht naar wilde asperge.
Chris Kik op jacht naar wilde asperge.

Na een aantal weken zwoegen in het veld, worden de envelopjes met zaad meegenomen naar Nederland. Omdat vaak maar enkele zaadjes per plant kunnen worden verzameld, worden de zaden eerst nog vermeerderd. Meestal doen veredelingsbedrijven dit voor het CGN. Na vermeerdering wordt het zaad gedroogd, verpakt in vacuümzakjes en veilig opgeslagen voor de lange termijn bij -20°C. De zaden worden vervolgens ook gedeeld met de genenbank in het land van oorsprong, zodat de zaden ook daar beschikbaar komen voor gebruik. Ook worden veiligheidsduplicaten verstuurd naar andere Europese genenbanken en naar de Svalbard Global Seed Vault op Spitsbergen.

Een overzicht van alle verzamelmissies die het CGN in het verleden heeft uitgevoerd, en de daarbij behorende reisverslagen, enkele leuke filmpjes, en lijsten met verzamelde zaadmonsters, zijn te vinden op CGN-verzamelmissies.

Ondersteunen van lokale genenbanken

Het CGN vindt het erg belangrijk om tijdens een samenwerking lokale genenbanken te helpen met veiligstellen en beschikbaar maken van de verzamelde genetische bronnen. Immers, als de lokale genenbanken dit goed kunnen, dan is het niet meer nodig om de zaden ook nog in de CGN-collectie op te nemen. Het CGN nodigt daarom regelmatig lokale medewerkers uit om een bezoek te brengen aan Wageningen en te leren over allerlei zaken die komen kijken bij het beheer van een genenbank. Daarnaast kan het CGN op andere manieren (al dan niet via financiële steun van de veredelingsbedrijven) bijdragen aan de verbetering van lokale genenbanken. De afspraken die hierover worden gemaakt tussen het CGN en de lokale genenbank worden vastgelegd in een contract.

De toekomst

De Nederlandse overheid erkent het belang van het veilig stellen van genetische bronnen voor toekomstig gebruik, en heeft in de nieuwe begroting van het ministerie van Landbouw, Natuur, en Voedselveiligheid (LNV) extra geld vrijgemaakt voor het CGN. Dit geeft het CGN de mogelijkheid om nieuwe verzamelmissies te organiseren en haar collecties uit te breiden. Om dit te bereiken zal het CGN de komende jaren meer samenwerken met andere genenbanken over de hele wereld. De ambities van het CGN worden ook volop ondersteund door de gebruikers, zoals veredelingsbedrijven. Via de brancheorganisatie Plantum dragende veredelingsbedrijven bij aan de verzamelmissies en helpen ze bij het vermeerderen van het verzamelde materiaal.

Op deze manier werken CGN-medewerkers samen met andere collega’s wereldwijd in de geest van Vavilov aan het verzamelen en veilig stellen van genetische bronnen. Met de genetische eigenschappen die hierin verborgen liggen kunnen onderzoekers en veredelaars onze huidige gewassen toekomstbestendig maken en de voedselzekerheid verbeteren. Genetische bronnen zijn immers de grondstof van ons voedsel.