Kabeljauw

Kabeljauw in de Noordzee, Skagerrak en het Kanaal.

Biologie

Kabeljauw (Gadus morhua) komt voor in de noordelijke kustwateren rond de Atlantische Oceaan en heeft een groot verspreidingsgebied. Ook in de Noordzee was kabeljauw tot voor enkele jaren zeer talrijk. Kabeljauw is gemakkelijk te onderscheiden van andere kabeljauwachtlingen, zoals schelvis en wijting, door de enkele 'baarddraad' aan de onderkaak en door de licht gekleurde lijn op de zijkant. De voortplanting in de Noordzee vindt plaats in de winter. In de paaitijd verzamelen de volwassen kabeljauwen zich op de paaigronden. De belangrijkst paaigronden zijn traditioneel gelegen langs de Schotse kust, in de centrale Noordelijke Noordzee, langs de randen van de Doggersbank, bij Flamborough en langs de Nederlandse kust. De eieren zweven in het water. De larven zijn ongeveer 4 mm lang als ze uit het ei komen. Aan het eind van hun eerste levensjaar zijn ze uitgegroeid tot vissen van 13 tot 26 cm en zwemmen dan vooral in de centrale en oostelijke Noordzee.

Kabeljauw is een roofvis die van alles eet. Jonge kabeljauwtjes voeden zich vooral met roeipootkreeftjes. Na 3-5 maanden gaan ze dichter bij de zeebodem zwemmen en voeden zich daar met vooral garnalen en krabben. De volwassen kabeljauw gaat in zijn voedselkeuze over van bodemdieren op vis (haring, zandspiering, jonge platvis en eet ook jonge soortgenoten) en kunnen uiteindelijk een lengte van meer dan 1,5 meter bereiken en 40 kg wegen. Kabeljauw kan meer dan 15 jaar oud worden. Echter door de intensieve visserij bereikt maar een klein deel van de jonge kabeljauw de leeftijd waarin ze volwassen worden.

Visserij

Vrijwel alle landen rond de Noordzee vangen kabeljauw; òf in een gerichte visserij òf gemengd samen met andere vissoorten. De belangrijkste landen die op kabeljauw vissen zijn Schotland en Denemarken. Kabeljauw wordt op uiteenlopende manieren gevangen maar de meest gebruikte vistuigen in de Noordzee zijn de bordentrawl en het staand want (warnetten). De gerichte Nederlandse visserij op rondvis (kabeljauwachtigen) is met de achteruitgang van het kabeljauwbestand zo goed als verdwenen. Kabeljauw is een zeer gewilde consumptie- vis en wordt meestal vers aangevoerd. Hij wordt onder andere verwerkt tot lekkerbekje, kibbeling, “fish and chips”, fish sticks en na drogen en zouten tot stokvis.

Beheer

De visserij wordt door de EU en Noorwegen gezamenlijk gereguleerd door middel van een management plan welke in de loop der jaren regelmatig is bijgesteld. Uit dit management plan volgt de jaarlijks vast te stellen maximaal toegestane hoeveelheid vis die mag worden aangevoerd. Daarnaast is er een EU managementplan waarin bovendien de visserijinspanning voor EU vaartuigen wordt beperkt.

Ontwikkeling bestand

De toestandsbeoordeling van kabeljauw in de Noordzee wordt uitgevoerd door een internationale werkgroep (Working Group on the Assessment of Demersal Stocks in the North Sea and Skagerrak) van ICES. De toestandsbeoordeling is gebaseerd op schattingen van de vangsten in de beroepsvisserij en op bestandsopnamen met onderzoeksvaartuigen. Deze toestandsbeoordeling heeft betrekking op kabeljauw in de Noordzee inclusief het Kanaal en het Skagerrak.

De kabeljauw in deze gebieden bevindt zich al een aantal jaren in de problemen. Rond 1970 was de stand aan volwassen kabeljauw nog 275 duizend ton. Daarna is die stand sterk afgenomen tot ongeveer 22 duizend ton in 2006. De belangrijkste oorzaken van de afname waren de hoge visserijdruk en geringe aanwas van jonge kabeljauw. De maatregelen om het herstel van de kabeljauwstand te bewerkstelligen hebben tot dusverre een beperkt effect gehad. De paaistand is in de laatste jaren weliswaar iets toegenomen sinds het minimum in 2006, maar is in historisch perspectief nog steeds erg laag.

Advies

De meest recente toestandsbeoordeling en vangstadviezen zijn beschikbaar op de ICES website.