Bestandsopnamen op zee

Bestandsopnamen op zee

Jaarlijks worden door Wageningen Marine Research een aantal bestandsopnamen of surveys uitgevoerd om de ontwikkeling van de visstand in kaart te brengen. Deze bestandsopnamen worden uitgevoerd met zeegaande onderzoeksvaartuigen.

De Nederlandse onderzoeksvaartuigen die hierbij gebruikt worden zijn de Tridens en de Isis. Sommige bestandsopnamen zijn gericht op bodemvis (schol en tong), andere op pelagische (in de waterkolom voorkomende) vis zoals haring en makreel. Onderscheid kan worden gemaakt tussen bestandsopnamen op jonge vis en volwassen vis. Deze komen meestal in verschillende gebieden voor.

Bij de bestandsopnamen wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken. Zo wordt tijdens platvissurveys (schol en tong) meestal gevist met een boomkor. Dit is het meest efficiënte vistuig om deze vissen te bemonsteren. Voor rondvis (kabeljauw, wijting) en haring wordt veelal een zogenaamde bordentrawl gebruikt. Om de resultaten van de opnamen te kunnen vergelijken met die van voorgaande jaren is een grote mate van standaardisatie gewenst. Zo wordt ieder jaar met hetzelfde soort vistuig en netten gevist.

Naast surveys met vistuigen worden ook andere technieken gebruikt zoals akoestische surveys, ei-survey en larvensurveys. Akoestische surveys worden vooral gebruikt voor pelagische vissoorten zoals haring en blauwe wijting. Met behulp van een sonar wordt het te bemonsteren gebied afgescand. De akoestische signalen kunnen worden herkend en de hoeveelheid en intensiteit van de signalen geven een beeld van de hoeveelheid vis die er zit. Bij deze surveys worden van tijd tot tijd vistrekken gedaan om de samenstelling van de akoestische signalen te bepalen. Ei- en larvensurveys worden gebruikt om de ei-productie of larvenproductie van een bepaalde vissoort te meten. Uit de hoeveelheid waargenomen eieren of larven kan worden bepaald hoeveel vissen er hebben gepaaid en kan de omvang van de volwassen visstand worden berekend.

De surveys op zee bestrijken vaak grote gebieden en de onderzoekers aan boord zijn veelal een week of een aantal weken onderweg. Het uitvoeren van bestandsopnamen is daarin over het algemeen een kostbare zaak mede omdat er speciaal onderzoeksvaartuigen voor in de vaart worden gehouden. Bij de uitvoering van de surveys op zee wordt daarom nauw samengewerkt met buitenlandse onderzoeksinstituten. Hierdoor kan het werk efficiënter en goedkoper plaats vinden en wordt kennis tussen de onderzoekers uitgewisseld. De internationale coördinatie van de surveys wordt verzorgd door de ICES en omvat de planning van de surveys evenals de uitwerking van de resultaten.

De resultaten van de bestandsopnamen worden ingebracht in internationale werkgroepen bij ICES. Samen met andere gegevens worden ze gebruikt om de nationale overheden te adviseren over het beheer van de visserij. De bestandsopnamen waaraan door het Nederlandse visserijonderzoek wordt meegewerkt worden uitgevoerd op onderzoeksvaartuigen van de Rijksrederij en vormen een onderdeel van een door de EU vastgesteld internationaal onderzoeksprogramma.