Schelpdieronderzoek

Schelpdieronderzoek

Het monitoren van schelpdierbestanden vormt een permanente basis voor het uitvoeren van het Nederlandse beleid ten aanzien van de exploitatie van schelpdieren en de bescherming van het mariene milieu. Uitgangspunt van het Nederlands beleid ten aanzien van de exploitatie van schelpdieren is dat de beperkende maatregelen voor de visserij zoveel mogelijk moeten worden toegesneden op de natuurdoelstelling, waarbij een evenwichtige afweging tussen economische belangen en natuurbelang noodzakelijk is.

Jaarlijks worden door Wageningen Marine Research in de Nederlandse kustwateren (Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde en Kustzone) schelpdiersurveys uitgevoerd, waarbij onderzocht wordt wat de verspreiding en omvang is van de belangrijkste commerciƫle schelpdiersoorten. Dit zijn vooral mosselen, kokkels, mesheften en Japanse oesters, maar ook overige soorten met een bepaald belang voor ecologie dan wel visserij worden meegenomen. Daarnaast worden ook vangstgegevens van de beroepsvisserij verzameld.

De gegevens worden gebruikt door de overheid bij het al dan niet verlenen van vergunningen om te mogen vissen. Vanuit de nagestreefde balans tussen economische belangen en natuurbelang mag niet gevist worden in jaren waarin te weinig voedsel voor vogels over zou blijven. De schelpdiersector gebruikt de verspreidingskaarten om ieder jaar een visplan op te stellen, behalve natuurlijk in jaren waarin niet gevist wordt omdat er te weinig schelpdieren aanwezig zijn. Verder zijn de survey gegevens van belang voor evaluatie van beheersmaatregelen en effectstudies in het kader van Natura 2000 en de natuurbeschermingswet. Binnen de Natura 2000 gebieden Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde, Voordelta en Noordzee Kustzone zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor verschillende vogelsoorten die zijn aangewezen op schelpdieren als voedselbron. Daarnaast vormen schelpdierbanken een belangrijk element in verschillende habitattypen.