Professionals en vrijwilligers monitoren al 20 jaar flora en fauna in Nederland

Nieuws

Professionals en vrijwilligers monitoren al 20 jaar flora en fauna in Nederland

Gepubliceerd op
12 december 2019

Nederland is goed voorzien van allerlei meetnetten waarmee het wel en wee van flora en fauna wordt gevolgd door professionals en vele duizenden vrijwilligers. Die meetnetten zijn essentieel om het natuurbeleid en -beheer te ondersteunen. Daarnaast leveren ze veel informatie voor internationale verdragen waar de Nederlandse staat zich aan verbonden heeft en regelmatig voor moet rapporteren. Veel van deze meetnetten maken deel uit van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), dat dit jaar 20 jaar bestaat.

Landelijke Sovondag

Op de landelijke dag van Sovon Vogelonderzoek Nederland op 30 november 2019 is aandacht besteed aan 20 jaar NEM: wat heeft het gebracht, wat is er veranderd en wat gaat er in de toekomst wellicht nog komen. Acht lezingen zijn gehouden met sprekers van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), het CBS en vrijwilligersorganisaties. De organisatie lag bij de WOT Natuur & Milieu en het CBS.

Robuuste financiering

De lezingen van Lejo van der Heiden en Annemiek Adams (LNV) hebben duidelijk gemaakt dat er vanuit de politiek veel aandacht is voor monitoring. Dit heeft onder andere geleid tot een robuuste financiering van het NEM en voor een eventuele uitbreiding van het NEM met monitoring van insecten in het agrarische gebied. Daarmee kan het NEM mogelijk ook bijdragen aan de monitoring voor het Deltaplan Biodiversiteitsherstel (een initiatief van natuur- en landbouworganisaties en wetenschappers). Het NEM vervult ook een zeer belangrijke functie om te rapporteren voor de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn voor de trends in populaties en verspreiding van soorten.

Kwaliteitsborging

Tom van der Meij en Richard Verweij (CBS) hebben stilgestaan bij de kracht van het NEM: “doelgericht werken en met een goede kwaliteitsborging” en bij de verwerking van de natuurwaarnemingen tot natuurindicatoren. In 20 jaar tijd is het aantal doelstellingen van het NEM gegroeid van 4 naar 27 en de groei is er nog niet uit. Om al die doelstellingen te kunnen ‘bedienen’, past het CBS verschillende analysemethodes toe op de waarnemingen die via gestandaardiseerde methodes zijn verzameld én op de niet-gestandaardiseerde ‘losse’ waarnemingen. Die analysemethodes worden regelmatig getoetst aan actuele wetenschappelijke inzichten. Deze werkwijze levert betrouwbare trends op en onderbouwde informatie over de onzekerheid van deze trends.

Langjarige tijdreeksen

Chris van Swaay (De Vlinderstichting) liet zien dat langjarige monitoring in combinatie met oude collecties tijdreeksen oplevert die voor dagvlinders zelfs meer dan 100 jaar terug gaan. Deze verspreidingstrends van dagvlinders in Nederland laten meer dan 80% achteruitgang zien in de laatste 100 jaar. Combinatie van die tellingen met de stikstofvoorkeur van vlinders maakt duidelijk dat vlindersoorten met een hoge mate van stikstoftolerantie sinds de jaren 1940 toenemen, terwijl de stikstofmijdende soorten pas sinds de jaren 1970 achteruitgaan in verspreiding.

Monitoring is springlevend

Het NEM is niet statisch. Voortdurend wordt vernieuwd zodat lastig te detecteren soorten toch gemonitord kunnen worden. Marcel Schillemans (Zoogdiervereniging) liet zien dat de combinatie van goede batdetectoren en software om vleermuisgeluiden te herkennen, ingezet kan worden voor de transecttellingen die gereden worden met auto’s; het biedt ook goede kansen om te monitoren in het stedelijke gebied (met de fiets)! Jelger Herder (RAVON) toonde hoe het bemonsteren van wateren op de aanwezigheid van DNA (e-DNA) de trefkans op een vissoort als grote modderkruiper met een factor 3 vergroot. Er worden gemiddeld 20% meer vissoorten aangetroffen per waterlichaam met deze methode! Vincent Kalkman (Naturalis) prikkelde de aanwezigen met een lezing over beeldherkenning met als subtitel ‘Het einde van de veldbioloog?’. De zaal zat dan ook vol ... (200 personen). Met beeldherkenning – ook via de apps op een mobiele telefoon – kunnen moeilijk te herkennen soorten snel op naam worden gebracht. Beeldherkenning is een nieuw hulpmiddel en vergt nog heel wat ontwikkeling. Het biedt perspectieven om bijvoorbeeld insecten te monitoren door minder deskundige vrijwilligers. Het biedt ook nieuwe uitdagingen voor het NEM, zoals monitoring in het agrarische gebied.

Samenwerking in het NEM

In 1999 hebben diverse overheden een samenwerkingsovereenkomst NEM gesloten met de intentie om hun monitoringsprogramma’s voor natuur op elkaar af te stemmen en zo doelgericht en zo efficiënt mogelijk te kunnen werken. Tegelijkertijd kwam dit initiatief van de overheden als geroepen voor een tiental vrijwilligersorganisaties. Zij zochten naar een zinvolle doelgerichte invulling van hun al lopende monitoringsactiviteiten met vrijwilligers en naar een meer stabiele financiering daarvoor. Nu na 20 jaar is het NEM nog springlevend en een succes te noemen. Het ministerie van LNV, Rijkswaterstaat en de provincies financieren het NEM tegenwoordig. De WOT Natuur en Milieu is aangewezen als coördinerende partij voor de vrijwilligersorganisaties.

Lees meer in dossier