Publicaties

Ex ante evaluatie mestbeleid 2013 : gevolgen van de invoering van verplichte mestverwerking en het afschaffen van productierechten in de veehouderij

Schroder, J.J.; Baltussen, W.H.M.; Koeijer, T.J. de; Leenstra, F.R.; Velthof, G.L.; Verdoes, N.; Willems, J.; Grinsven, H. van

Samenvatting

Er is een risico dat de uitbreiding van de mestverwerking onvoldoende is voor de vanaf 2015 verwachte hoeveelheid jaarlijks te verwerken mest. Dit wordt vooral veroorzaakt door onzekerheid over de vergunningverlening en de financiering van nieuwe mestverwerkingsplannen. De toename van de hoeveelheid te verwerken mest vanaf 2015 is vooral een gevolg van de aanscherping van fosfaatgebruiksnormen en waarschijnlijk niet van een toename van de veestapel of de mestproductie. Weliswaar groeit de melkveestapel sinds 2011, maar de fosfaatuitscheiding van de veestapel als geheel daalt door voermaatregelen. Het tekort aan mestverwerkingscapaciteit in 2015 wordt geschat op maximaal 9 miljoen kilogram fosfaat (circa een derde van de totaal benodigde capaciteit) als de productiebegrenzing van de veestapel wordt losgelaten. Het tekort in 2015 zal maximaal 3 miljoen kilogram fosfaat zijn, mits de veestapel niet groeit. De benodigde capaciteit voor mestverwerking is het grootst in het concentratiegebied Zuid (Midden- en Oost- Noord Brabant en Noord- en Midden-Limburg). In het scenario zonder productierechten groeit de varkenshouderij hier met 10 procent. Hierdoor is de benodigde mestverwerkingscapaciteit 2 miljoen kilogram fosfaat hoger dan de benodigde 24 tot 26 miljoen kilogram fosfaat in een situatie met productierechten.