Publicaties

Visuele boordeling vitaliteit Phytophthora infestans bladvlekken : betrouwbaarheid van visuele levend/dood beoordelingen van bladaantasting in aardappel

Kessel, Geert; Topper, Corina; Evenhuis, Bert; Vossen, Jack

Samenvatting

In het kader van het teeltvoorschriften project (WPR-3740087100) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid van visuele levend-dood waarnemingen aan Phytophthora bladvlekken in aardappel. Vanuit de voorschriften met betrekking tot verplichte bestrijding van Phytophthora infestans is het verplicht aantasting te bestrijden vanaf een vastgesteld aantastingsniveau. Dit niveau heeft betrekking op vitale P. infestans aantasting, gekwantificeerd middels visuele waarneming. Ook bij de introductie/voorlichting rondom Phytophthora resistente aardappelrassen wordt er, logischerwijs, op gewezen dat alleen levende/vitale Phytophthora bestreden hoeft te worden. Het is echter de vraag of het onderscheid tussen levende en dode Phytophthora bladvlekken en overgevoeligheidsreacties in het veld visueel op een betrouwbare manier gemaakt kan worden. Resistent en vatbaar plantmateriaal werd in het teeltseizoen 2018 uitgeplant in een onbespoten veldproef en wekelijks beoordeeld op aantasting. ’s Ochtends werden individuele bladvlekken gelabeld en visueel beoordeeld als levend of dood. ’s Middags werd deze waarneming herhaald. Daarnaast werden de gelabelde bladvlekken ’s middags geplukt t.b.v. een levend – dood beoordeling in het lab middels overnacht incuberen onder vochtige omstandigheden en een behandeling met alcohol. De resultaten laten zien dat met name de meest relevante beoordeling “dood” onbetrouwbaar is. Slechts 57% van de ochtendscores “dood” bleek correct terwijl 21% van de middagscores “dood” en 39% van de middagscore “dood” na alcohol behandeling correct waren. De betrouwbaarheid van de beoordeling nam af naarmate later op de dag beoordeeld werd en naarmate het resistentieniveau van het plantmateriaal toenam. De betrouwbaarheid van de beoordeling nam echter toe naarmate vitaliteit eenvoudiger waarneembaar was (“levende lesie zonder sporulatie” en “sporulerende lesie”).