Publicaties

Natuurlijk veilig: Meetplan kustsurvey 2020

Volwater, Joey; Hal, Ralf van

Samenvatting

Suppleties van zand op vooroever of strand worden in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd om de Nederlandse kust tegen erosie te beschermen en om voldoende zand in het kustfundament te houden. Een groot deel van de suppleties vindt plaats in of nabij de kuststrook die binnen de Natura2000 regelgeving wordt beschermd, de Noordzeekustzone. Het is dus van belang de eventuele effecten van deze praktijk op de natuur zorgvuldig te bestuderen, zodat dit effect kan worden afgezet tegenover het algemene nut voor de maatschappij. Betere kennis van de effecten kan leiden tot beperking van eventuele schade aan- en mogelijk zelfs tot versterking van- gewenste natuurwaarden en ecosysteemdiensten. Tot nog toe is er in vergelijking met benthos relatief weinig aandacht geweest voor de gevolgen van suppleren op vispopulaties, terwijl de kinderkamerfunctie van de ondiepe kustzone voor vis een zeer belangrijke economische ecosysteemdienst levert. Kennis van de omgevingsfactoren die het voorkomen van juveniele vis in de ondiepe kustzone bepalen, leidt tot een verbeterd inzicht in de gevolgen van suppleties op vispopulaties en daarvan afhankelijk overig zeeleven. In overleg met natuurorganisaties en de kennisinstituten Deltares en Wageningen Marine Research is in 2016 het document `Ecologische effecten van zandsuppleties’ (Herman et al., 2016) geschreven met als doel onderzoek te formuleren naar ecologische effecten van zandsuppleties. In het onderdeel ‘uitvoeringsplan’ (deel C in Herman et al. 2016) zijn 3 onderzoekslijnen (ook wel Krachtlijnen genoemd) gedefinieerd, te weten: Vooroever, Duinen en Waddenzee. Het hier beschreven meetplan voor een survey in 2020 valt onder de onderzoekslijn Vooroever. De onderzoeksvraag luidt: “Wat zijn de cumulatieve gevolgen van reguliere suppleties op samenstelling en functioneren van het ecosysteem van de ondiepe vooroever van de Nederlandse kust?” Deze volgt uit de prioritering van de krachtlijn Vooroever: (cumulatieve) gevolgen van reguliere suppleties op samenstelling en functioneren van het ecosysteem van de vooroever. Het onderdeel dat in onze monitoring de hoogste prioriteit heeft gekregen is vis en dan met name de bodemgebonden (plat)vis omdat hier het meest directe effect van een verandering in sedimentsamenstelling door suppleties is te verwachten. Om de verspreiding en abundantie van deze vis in relatie tot omgevingsvariabelen zoals sedimentsamenstelling beter te begrijpen is er in 2017, 2018 en 2019 bemonsterd in de ondiepe vooroever (<10m) waarbij verschillende omgevings-variabelen zijn bepaald. In 2017 en 2018 is dit gedaan voor specifieke gebieden met een experimentele opzet. Vanwege de beperkt beschikbare tijd (en de noodzaak van goede weersomstandigheden binnen dit tijdsbestek) leverde dit minder resultaten op dan vooraf verwacht. Vandaar dat in 2019 besloten is een andere opzet te kiezen waarbij de experimentele opzet minder van belang was. Er werd toen uitgebreider gekeken naar het ruimtelijke beeld langs de gehele Nederlandse kustzone. In navolging van 2019 wordt er voor 2020 opnieuw een kustlangse survey voorgesteld. Gedurende een week wordt er vanaf het onderzoeksschip de Luctor met een 3 m boomkor gevist en wordt er op dezelfde locaties een sedimentmonster genomen. Voorlopige analyses van de eerder verzamelde gegevens laten zien dat de vangsten van schol in de kustzone vele malen lager zijn dan die in publicaties over de Waddenzee. Dit zou een werkelijk verschil in aanwezigheid van schol kunnen zijn, maar waarschijnlijk speelt de vangstefficiëntie van de gebruikte vistuigen hierin ook een rol. Om hier zicht op te krijgen, is er voor 2020 voorgesteld om in beide gebieden te bemonsteren met hetzelfde tuig. Om deze aanpassing op de kustlangse bemonstering zoals uitgevoerd in 2019 mogelijk te maken, is ervoor gekozen om het meest zuidelijke transect, langs de Zandmotor, uit de 2019 bemonstering te laten vervallen. Hiervoor in de plaats wordt een dag gebruikt om een transect op het Balgzand in de Waddenzee te bemonsteren. In 2020 gaat er vanuit IJmuiden tot aan Texel langs de kust op een diepte tussen 4-5 m bemonsterd worden, aangevuld met bemonsteringen op het Balgzand. In 2019 zijn twee raaien naar dieper water (12m) bemonsterd om inzicht te krijgen of de verspreiding van jonge schol zich enkel beperkt tot de 4-5m diepte zone, of dat ze in het voorjaar ook al aanwezig zijn in diepere wateren. Om meer inzicht op deze ruimtelijke verspreiding te krijgen zal er langs de kust in 2020 opnieuw geprobeerd worden een aantal raaien naar dieper water (12m) te bemonsteren.