Publicaties

Zijn de agrarische collectieven voorbereid op de toekomst? : Meer inzicht in de (eigen) organisatie

Dik, L.; Linde, A.W. van der; Olieman, A.A.M.; Westerink, J.

Samenvatting

De agrarische collectieven zijn nu ruim 4 jaar bezig met de uitvoering van het agrarisch natuuren landschapsbeheer volgens het nieuwe stelsel. De kinderziektes zijn uit het systeem en de collectieven draaien op volle toeren. Tegelijkertijd zijn er veel ontwikkelingen, zowel bij de overheid als in de markt, waarbij de agrarische collectieven worden gevraagd als partner om
mee te denken, zaken uit te voeren of waar ze zelf een rol willen gaan spelen.
De agrarische collectieven worden gezien als een volwaardige partner en dat betekent dat zij zich blijvend moeten ontwikkelen om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen.
Vragen die daarbij gesteld kunnen worden zijn: Wat maakt een collectief toekomstbestendig?
Hoe ver hebben de 40 collectieven zich ontwikkeld in die richting? En wat moeten we doen om deze ontwikkeling verder te stimuleren en faciliteren.
BoerenNatuur wil de ontwikkeling en professionaliteit van de agrarische collectieven verder ondersteunen. Daarom heeft BoerenNatuur opdracht gegeven om onderzoek te doen naar:
1. Hoe hebben de verschillende collectieven zich ontwikkeld en waar staan ze nu.
2. In hoeverre zijn de agrarische collectieven toekomstbestendig?
3. Hoe verhouden ze zich daarin ten opzichte van elkaar.
De basis van dit onderzoek is een uitgebreide vragenlijst (zie bijlage 2) die is opgesteld op basis van de vragen die er leefden binnen de agrarische collectieven en BoerenNatuur. De vragenlijst is vorig jaar zomer gestuurd aan de collectieven met de vraag deze in te vullen met een afvaardiging uit het collectief. Dit heeft begin oktober geresulteerd in een zeer goede respons:38 van de 40 agrarische collectieven hebben de vragenlijsten ingevuld en geretourneerd. De
laatste twee collectieven zagen voor zichzelf geen meerwaarde in het onderzoek. Op basis van ingevulde vragenlijsten zijn de agrarische collectieven beoordeeld aan de hand van de kenmerken uit het beoordelingskader (zie bijlage 1). Het beoordelingskader onderscheidt 3 categorieën van professionaliteitskenmerken: professionaliteit van de organisatie,
professionaliteit van personen en de professionaliteit met betrekking tot de omgeving. Deze 3 categorieën staan niet op zichzelf maar beïnvloeden elkaar. Hieronder volgen de hoofdconclusies en aanbevelingen uit het onderzoek.
Conclusies professionaliteit van de organisatie:
Uit het onderzoek komt naar voren dat de onderdelen gedeeld leiderschap en volledige scheiding van verantwoordelijkheden tussen bestuur en werkorganisatie bij de meeste collectieven zeer goed op orde is. Wel is het wenselijk in de toekomst ook aandacht te besteden aan de organisatie van projecten buiten het ANLb en dit op te nemen in het kwaliteitshandboek.
Een groot aantal collectieven heeft geen of een beperkte strategie uitgewerkt in ambities, doelen en strategie zowel wat betreft agro-biodiversiteit als wat voor collectief wil ik zijn. Van belang voor een professioneel collectief is hoe deze strategie is opgesteld (proces) en uitgewerkt. Met een heldere strategie kan het bestuur beter sturen op het functioneren van het collectief, de
resultaten monitoren en handelen in het belang van de leden.
Een groot aantal collectieven heeft de ondersteunende systemen (de (ICT-) systemen, regels en procedures) die worden gebruikt om het functioneren van het collectief bijvoorbeeld budget en inzet capaciteit, te monitoren en evalueren niet goed op orde.
4
Wat betreft het onderdeel lerende organisatie zien we dat de meeste collectieven hier veel tijd aan besteden en ook veel van elkaar leren. BoerenNatuur speelt hierin een belangrijke rol.
Professionaliteit van personen:
De aanwezigheid van een goede omschrijving van kwaliteitseisen voor functies van
bestuursleden en de werkorganisatie en de eisen die aan deelnemers zijn over het algemeen zeer goed op orde.
Wat betreft onderhoud en ontwikkeling van de kwaliteit van bestuursleden en deelnemers is een verdere ontwikkeling nodig. BoerenNatuur kan met name op het onderdeel verbeteren kwaliteit bestuursleden de collectieven daarbij ondersteunen. Maar de collectieven kunnen ook van elkaar leren. Bijvoorbeeld om te horen wat de ervaringen van collectieven zijn die zelfevaluatie en heisessies gebruiken om het functioneren van het bestuur te bespreken.
Professionaliteit van de omgeving:
De collectieven zijn zeer goed in staat zijn om een netwerk op te bouwen, te onderhouden en te gebruiken dat is gebaseerd op vertrouwen. Ook zijn het ondernemende organisaties die werken aan projecten samen met partijen uit hun netwerk. Politieke agendering en het creëren van bewustwording in de omgeving zien een groot aantal collectieven niet als hun taak. Om het toekomstige ANLb en een verandering naar natuurinclusieve landbouw met daarin een rol voor de agrarische collectieven beter op de agenda te krijgen is het van belang om te kijken of de collectieven vanuit hun strategie hier in de toekomst een rol in willen vervullen op het lokale en regionale niveau.
De collectieven zijn op verschillend georganiseerd. Daarbij wordt ook verschillende omgegaan met de rol en de positie van de agrarische natuurverenigingen. Sommige collectieven hebben geen ANV’s meer, andere hebben meerdere ANV’s binnen het collectief, en sommige zijn
onderdeel van een ANV. Ook is er veel variatie tussen collectieven in hoe ze scoren op de diverse kenmerken:
1. De meest professionele collectieven beter scoren op alle (categorieën van) kenmerken,
maar hebben niet altijd een uitgewerkte strategie.
2. Collectieven met meer dan 500 deelnemers zijn voor de onderdelen strategie, personen en omgeving professioneler.
3. Kleine collectieven met minder dan 100 deelnemers zijn minder professioneel.
4. Collectieven zonder de aanwezigheid van ANV’s hoger scoren op alle (categorieën van) kenmerken van professionaliteit.
De collectieven hebben al veel gedaan om zich voor te bereiden op wat er in de toekomst van hen zal worden gevraagd. Gemiddeld genomen is de professionalisering op niveau. Er zijn echter flinke verschillen tussen collectieven. Alle collectieven hebben aspecten waaraan nog gewerkt kan worden. De professionalisering is dus nog niet afgerond en dat betekent dat voor
verdere ontwikkeling maatwerk nodig is. Op de vraag zijn de collectieven voorbereid op de toekomst is het antwoord ze zijn op de goede
weg gezien het niveau van professionalisering. Echter de toekomst verandertsteeds dat betekent dat een collectief in staat moet zijn om mee te bewegen met die veranderingen in de toekomst.
Dat vraagt dat ze zich regelmatig moeten afvragen zijn we met de juiste zaken bezig. Deze rapportage is daar een eerste startpunt voor. En het gebruikte beoordelingskader kan daarbij een hulpmiddel zijn.