Project

Economische Daklozen; is geen huis het grootste probleem?

De Regenboog Groep signaleerde eind 2019 dat in toenemende mate een nieuwe doelgroep aan haar deur klopte. Een groep dak- en thuislozen die door een levensgebeurtenis als een scheiding of verlies van een baan dakloos zijn geworden. Ze komen veelal echter niet in aanmerking voor hulp, omdat altijd gedacht werd dat deze mensen zelfredzaam zouden zijn. In de praktijk blijkt dit echter niet (altijd) het geval.

Daarom is de Wetenschapswinkel van Wageningen University & Research (WUR) gevraagd in kaart te brengen hoe ze de economisch daklozen beter kan helpen bij het krijgen van (tijdelijke) woonruimte door onderzoek te doen naar mogelijke oplossingen en het openen van een dialoog met betrokkenen.

Doelstellingen onderzoek

De onderzoekers van de Wetenschapswinkel hebben het onderzoek verwoord in de volgende doelstellingen:

  • Inzicht krijgen in de regels en processen die van belang zijn bij het omgaan met daklozen.
  • Inzicht krijgen in good practices in (en wellicht buiten) Nederland.
  • Komen tot creatieve oplossingen voor zogenoemde ‘zelfredzame’ daklozen.

Hiervoor zijn vier verschillende deelprojecten uitgevoerd:

  • Het eerste deelproject had als doel inzicht te krijgen in de behoeften van economisch daklozen om hun gezondheid en welzijn te verbeteren.
  • Het doel van het tweede deelproject was het geven van een overzicht van het beleid binnen de Metropool Regio Amsterdam. Een beleid dat economische dakloosheid kan beïnvloeden en vervolgens op basis daarvan, en op basis van een best practice in Zweden, aanbevelingen te doen welke zaken aangepakt moeten worden.
  • Op basis van inzichten uit de eerste twee deelprojecten, is vervolgens in het derde deelproject de stap gezet om te kijken naar mogelijke oplossingen.
  • Het doel van het vierde en laatste deelproject was daarom het analyseren en in kaart brengen van het effect van tijdelijk (6-12 maanden) onderdak voor economisch daklozen in Amsterdam.

Inzichten naar aanleiding van onderzoek

Dit project heeft drie belangrijke inzichten opgeleverd:

  • Alhoewel het tekort aan woningen het belangrijk¬ste probleem vormt, zijn tijdelijke oplossingen noodzakelijk, zeker voor de korte termijn.
  • Tijdelijke huisvestiging en preventie zijn van belang omdat zo een neerwaartse spiraal kan worden voorkomen.
  • Meer aandacht voor het probleem is nodig en zorgt (dit is een wens) voor minder schaamte bij economisch daklozen.

Situatie 2022

Inmiddels is, twee jaar later, de praktijk behoorlijk veranderd. Was er bij de start, eind 2019, nog relatief weinig aandacht voor deze problematiek van economisch daklozen, inmiddels is de situatie anders. Er is meer aandacht voor en ook meer kennis van de problematiek. En bovendien komt er weer een Minister voor Wonen. Tegelijkertijd is echter de problematiek toegenomen. In 2020 waren er in Amsterdam 826 economisch daklozen en in 2021 naar schatting 1200. Het aantal economisch daklozen dat erbij is gekomen is twee keer zo groot als het aantal ‘traditionele’ daklozen met verslavings- of GGZ-problematiek.

De Wetenschapswinkel hoopt dat de opgedane inzichten aanknopingspunten bieden om verder te gaan en zo economische daklozen meer perspec­tief bieden op woonruimte.

Is het een volkshuisvestingsprobleem of toch een GGZ-probleem? Terwijl de politiek er nog niet over uit is in welk hokje deze 'nieuwe' daklozen horen, zoekt De Regenboog Groep al jaren verblijfplaatsen voor deze mensen. Omdat ieder mens een dak boven het hoofd verdient: "Deze mensen hebben problemen, maar hebben vooral en allereerst geen huis. En dat geeft de meeste problemen.”