Project

Winnen of verzanden

De winning van delfstoffen uit de oppervlakte, het ontgronden, veroorzaakt een onomkeerbare verandering van het landschap. Een groep inwoners in Deest, verenigd in de Stichting Goeie Gronde, maakt zich zorgen over de gevolgen van ontgrondingen in de omgeving van Deest. Daarom vroeg ze de wetenschapswinkel van Wageningen UR om onderzoek te doen.

Door een exploratief onderzoek verwerft de stichting inzicht en kennis van de verschillende aspecten die een rol spelen bij het ontgronden. Ook andere belanghebbenden zoals, provincie, gemeente en ontgronders kunnen met het in het rapport geschetste theoretisch kader, de afweging van de gevolgen van ontgrondingen beter structureren. Aan de hand van literatuuronderzoek is een overzicht gemaakt van de wettelijke kaders voor het verlenen van een ontgrondingsvergunning. De provincie is hiervoor verantwoordelijk en speelt een coördinerende rol bij het traject rondom het verlenen van aanpalende vergunningen, zoals die in het kader van de Flora- en faunawet en de Waterwet.

Ontzandingsgebieden in de omgeving van Deest.

Meerwaarde

Sinds 2008 is de taakstelling voor zandwinning door de rijksoverheid losgelaten en wordt het bepalen van ontgrondingslocaties overgelaten aan de markt. Hierbij wordt gesteld dat een ontgronding ook maatschappelijke meerwaarde moet opleveren. De provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland, waar het merendeel van de ontgrondingen plaatsvindt, hebben ieder hun eigen invulling gegeven aan het begrip maatschappelijke meerwaarde. Ook de ontgronders zelf hebben een gedragscode opgesteld waarin aandacht wordt gegeven aan de maatschappelijke meerwaarde van ontgrondingen.

Evaluatiekader

Afgezien van de meerwaarde brengt elke ontzanding ook overlast met zich mee. De wijze waarop positieve en negatieve gevolgen tegen elkaar worden afgewogen verschilt per casus. In het rapport is op basis van theoretisch onderzoek een kader opgesteld waarmee de gevolgen van ontgrondingen op een overzichtelijke manier met elkaar kunnen worden vergeleken. Dit kader kan worden toegepast op zowel binnendijkse (landzijde) als buitendijkse (rivierzijde) ontgrondingslocaties. Ook het schaalniveau waarop gevolgen zich voordoen verschilt. Gevolgen kunnen zich voordoen op lokaal, regionaal of nationaal niveau. Binnendijkse ontgrondingslocaties zorgen in de regel voor meer overlast dan buitendijkse ontgrondingslocaties.

Met behulp van het evaluatiekader zijn de daadwerkelijk opgetreden gevolgen van een viertal casussen beoordeeld, waaronder de twee gerealiseerde ontgrondingslocaties te Deest. Hoewel deze locaties onder het oude beleid zijn ontwikkeld geeft het een goed beeld van daadwerkelijk opgetreden gevolgen van ontgrondingen. Informatie over opgetreden gevolgen van onder het nieuwe beleid geplande ontgrondingen zijn nog niet beschikbaar. Er blijkt onder andere dat bepaalde gevolgen bij alle vier de locaties voorkomen. Op alle niveaus (lokaal, regionaal en nationaal) hebben gevolgen wisselend negatieve en positieve uitkomsten. De negatieve gevolgen spelen zich vaak op de kortere termijn af en de positieve gevolgen hebben meestal betrekking op de eindsituatie.

Betere afspraken over het gehele proces van aanmelden van de ontgronding tot het verlenen van de vergunning kunnen eventuele vooringenomenheid beperken. Ook het inzichtelijk maken van de financiële gevolgen van een ontgronding op gemeentelijk niveau en toetsing ervan aan wet- en regelgeving kan de transparantie in besluitvorming bevorderen.