Project

Support voor kleinschalige voedselproducenten met zeldzame rassen (zelfzuivelaars)

De recente starters in de foodsector, voornamelijk zelfzuivelaars, die hun intrede doen in de korte voedselketen en willen bijdragen aan het in stand houden van zeldzame rassen en ambachten en zorgvuldig willen omgaan met de omgeving waarin ze boeren ervaren knelpunten bij de productie en verkoop van producten van dierlijke herkomst. Een bundeling van kennisvragen in een up to date handboek voor kleinschalige producenten van producten van dierlijke oorsprong kan het ondernemen overzichtelijker maken.

In dit project zijn twee onderzoeksvragen geformuleerd die eigenlijk onafhankelijk van elkaar uitgevoerd gaan worden. Beide zijn relevant voor kleinschalige voedselproducenten.

  1. De eerste vraag van kleinschalige producenten heeft betrekking op het knelpunt dat zij niet bekend zijn met en knelpunten ervaren met de wet- & regelgeving voor voedselveiligheid, dierenwelzijn, diergezondheidsmonitoring en administratieve lasten voor kleinschalig opererende producenten van zuivel en vlees. Met behulp van studenten is het doel dat als eindproduct een actuele, uitgebreidere, digitale uitgave van het handboek “Kleinschalige productie en huisverkoop producten van dierlijke oorsprong” gemaakt gaat worden, gebaseerd op: “Huisverkoop van biologisch vlees” van 2005. En daarnaast dat de gesignaleerde knelpunten inzichtelijk gemaakt worden en mogelijk follow up kunnen krijgen in een ronde tafel discussie met stakeholders.
  2. De tweede vraag spitst zich toe op de microbiologische samenstelling van niet-gangbare geitenmelk. Wat is het aantal en soort bacteriën in rauwe melk monsters van een aantal niet reguliere geitenbedrijven? De hypothese is dat de melk van niet gangbare houderijsystemen wordt verondersteld een hoge diversiteit aan bacteriën te hebben en relatief weinig (potentieel) pathogene bacteriën te bevatten. De microbiële samenstelling van deze melk en van melk uit een aantal andere bedrijfssystemen gericht op regeneratieve landbouw zal worden bemonsterd. Welke diversiteit aan (melkzuur)bacteriën en in welke hoeveelheid wordt gevonden?