Debat

Het Grote Agrodebat 2015

14 januari vond voor de derde keer Het Grote Agrodebat met als thema ‘Nederland, het productieland voorbij?’ Tijdens het debat gaf het merendeel aan dat Nederland het productieland niet voorbij is, maar dat wel goed gekeken moet worden naar de grootte van de diverse sectoren. Zonder productie en voldoende volume geen innovatie en andersom. Verschillende delen van het agrocomplex staan volgens Laan van Staalduinen immers zwaar onder druk en dreigen als het zo door gaat te verdwijnen uit Nederland, met alle gevolgen van dien voor het hele agrocomplex. Het debat mogen we dan ook zien als een aftrap van de zoektocht naar de optimale grootte van de sector. Oftewel, hoe groot moet het Nederlandse agrocomplex zijn om zijn leidende positie in de wereld op innovatie, duurzaamheid en winstgevend te behouden?

Organisator Wageningen Economic Research
Datum

wo 14 januari 2015 14:00 tot 19:00

Locatie De Landgoederij, Bunnik

Nederland, het productieland voorbij?


Laan van Staalduinen (algemeen directeur van LEI Wageningen UR) begon met een inleiding over waar het debat volgens haar over zou moeten gaan. Kijkend naar de cijfers en de trends van diverse sectoren zoals glastuinbouw en varkens zou het zo kunnen zijn dat deze sectoren zeer klein gaan worden als er niets wijzigt aan de omstandigheden. Dat heeft grote gevolgen voor het hele agrocomplex. Denk hierbij aan toeleveranciers, de verwerkers, logistiek en kennisinstellingen. Tevens roept het de vraag op of je innovatief kan zijn zonder productie in Nederland. Theoretisch heeft de grootte van een sector of agrocomplex een tipping point, een kantelpunt, (dat gehaald moet worden) om innovatief te zijn en voorop te blijven lopen in de wereld. De vraag is waar dit punt ligt?

Henny Swinkels (directeur corporate affairs VanDrie Group), Bertholt Leeftink (directeur-generaal Enterprise and Innovation, ministerie van Economische Zaken) en Thijs Cuijpers (directeur LTO Nederland) belichtten het onderwerp vanuit bedrijfsleven, overheid en belangenbehartiging en na de pauze presenteerde Krijn Poppe (senior economist LEI Wageningen UR) de uitkomsten van een korte studie in opdracht van het KNLC.

De sector wordt continu door markt, maatschappij én door wetgeving uitgedaagd zich verder te ontwikkelen. Hierbij werd de oproep gedaan om wetgeving vooral in te zetten waar dit noodzakelijk is en verdere ontwikkeling aan de markt over te laten. Daarnaast kwam uit de LEI-studie naar voren dat de behoefte aan kennisopbouw wereldwijd blijft en dat de huidige afzet van primaire productie vooral in Europa plaatsvindt. De geopolitieke gevoeligheid op sectorniveau lijkt dan ook beperkt te zijn, maar voor individuele ondernemers kunnen geopolitieke effecten wel erg groot zijn.

Eenduidig is vastgesteld dat het Nederlandse agrocomplex een sterke uitgangspositie heeft wanneer het gaat om de mondiale uitdagingen. Nederland is nodig als het gaat om oplossingen rond voeding, water, grondstoffen en gezondheid. Kortom, global challenges, Dutch innovative solutions. We zien dat de vraag naar Nederlandse oplossingen buiten Europa stijgt, waarbij onze handelsmissies - waarin overheid, bedrijfsleven en wetenschap samen optrekken -  een belangrijke bijdrage in de profilering leveren.

Om het agrocomplex en de productie verder te versterken kwam ook de verantwoordelijkheidsvraag naar voren. In ketens waarin partijen als Friesland Campina, VION of VanDrie Group een regierol hebben, zagen verschillende mensen in de zaal een model waarin toegevoegde waarde verder kan worden ontwikkeld, en waarin de verschillende schakels een boterham kunnen verdienen. Aanvullend hierop belichtte de LEI-studie dat in Nederland de verwerking van buitenlandse grondstoffen in toegevoegde waarde meer oplevert dan de productie en verwaarding van binnenlandse grondstoffen.

Met dit debat heeft het LEI een aftrap willen geven rond de vraag hoe en waarheen de Nederlandse agroproductie zich verder kan ontwikkelen. Waar ligt het zogenoemde tipping point, waar het agrocomplex boven moet blijven om innovatief te zijn en voorop te blijven lopen in de wereld? Vragen waarover wij graag de dialoog met de sector, maatschappij en andere belanghebbenden blijven aangaan.